Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.6.4
6.6.4 Relevante termijnen voor het bezwaar en beroep op grond van de Awb
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950493:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Barkhuysen e.a. 2022, p. 273.
Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1485, PJ 2021/43; Pensioenrecht Updates 2021/51 (Optas).
Bijvoorbeeld de uitspraken van het CBb van 12 februari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:62 (Stichting Pensioenfonds Zorg & Welzijn) en van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:556 (College B&W Brunssum).
CBb 3 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:204, PJ 2022/66; ABkort 2022/243 (Optas).
Staatscourant 2 april 2019, nr. 14032.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of beroepschrift bedraagt zes weken.1 De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.2 De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.3 De aanvraag van instemming van DNB met een overdracht wordt gedaan door de overdragende verzekeraar. Dat betekent dat het instemmingsbesluit van DNB op de voorgeschreven wijze wordt bekendgemaakt door verzending daarvan aan de overdragende verzekeraar. Onder bekendmaking moet het moment worden verstaan waarop de belanghebbende aan wie het besluit is gericht (hier dus: de overdragende verzekeraar) kennis kan nemen van de volledige inhoud daarvan.4 Daarna gaat dus de bezwaartermijn van zes weken lopen.
Het is waarschijnlijk dat de polishouder pas op een later moment op de hoogte raakt van het instemmingsbesluit. In dat kader is een vijfde uitspraak van 26 februari 2021 van belang.5 Bij brief van 12 april 2019 heeft DNB FNV Havens in algemene bewoordingen geïnformeerd over de procedure die is doorlopen en dat, zoals uit de mededeling in de Staatscourant kan worden afgeleid, DNB instemming heeft verleend. FNV Havens heeft bij brief van 7 mei 2019 een bezwaarschrift ingediend gericht tegen het instemmingsbesluit van 26 februari 2019. Bij besluit van 12 augustus 2019 heeft DNB het door FNV Havens gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank overwoog naar aanleiding van het daartegen ingestelde beroep dat volgens vaste rechtspraak6 een belanghebbende die niet door middel van kennisgeving of publicatie op de hoogte is gesteld van een op juiste wijze bekendgemaakt besluit, in beginsel binnen twee weken nadat hij van het bestaan van dat besluit op de hoogte is geraakt daartegen dient op te komen. De zes weken termijn voor bezwaar begint dan niet opnieuw. De bezwaartermijn tegen het instemmingsbesluit van DNB van 26 februari 2019 was aangevangen op 27 februari 2019 en geëindigd op 9 april 2019. FNV Havens had op 7 mei 2019 een bezwaarschrift ingediend tegen het instemmingsbesluit. Het bezwaarschrift was dus niet binnen de termijn van zes weken ingediend. Het bezwaarschrift was echter ook niet ingediend binnen twee weken nadat FNV Havens van het bestaan van het instemmingsbesluit op de hoogte was geraakt. Volgens de rechtbank was niet in geschil dat dat was gebeurd door de brief van 12 april 2019 van DNB aan FNV Havens. DNB heeft FNV Havens volgens de Rechtbank Rotterdam daarom terecht niet ontvankelijk verklaard. FNV Havens is nog wel van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gegaan, maar de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vervolgens door het CBb bevestigd. Het CBb zag in door FNV Havens aangevoerde omstandigheden geen aanknopingspunt om de termijnoverschrijding als verschoonbaar aan te merken.7
Uit al het vorenstaande kan worden afgeleid dat een derde-belanghebbende (een andere belanghebbende dan de verzekeraar die om de instemming van DNB heeft gevraagd), die bezwaar wil maken tegen een instemmingsbesluit van DNB over een portefeuilleoverdracht, dat moet doen binnen zes weken na de bekendmaking van het instemmingsbesluit aan de overdragende verzekeraar, en eventueel daarna binnen twee weken nadat hij van het bestaan van dat instemmingsbesluit op de hoogte is geraakt.
FNV Havens had dat volgens de rechtbank en het CBb kunnen doen door het indienen van een summier bezwaarschrift, desgewenst met het verzoek de gronden van het bezwaar te mogen aanvullen nadat zij inhoudelijk (meer) informatie had gekregen.
Hieruit kan overigens ook de conclusie worden getrokken dat het feit dat de derde-belanghebbende door het lezen van de Staatscourant ervan op de hoogte had kunnen zijn dat DNB een instemmingsbesluit had genomen blijkbaar niet relevant wordt geacht. Aegon heeft in de Staatscourant van 2 april 20198 een advertentie geplaatst waarin werd medegedeeld dat met instemming van DNB verleend bij besluit van 26 februari 2019 in het kader van een juridische fusie de rechten en verplichtingen van Optas zijn overgegaan naar Aegon. Dat de verzekeraar op grond van art. 3:120 lid 1 Wft van de overdracht mededeling in de Staatscourant heeft gedaan, en dat de derde-belanghebbende die mededeling had kunnen lezen, doet er blijkbaar niet toe.