Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.3.11.0
3.3.11.0 Introductie
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197708:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 12 Richtlijn en overweging 57 Richtlijn.
Overweging 57 Richtlijn.
Een strikte implementatie van de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zou tot het ongewenste effect leiden dat aandeelhouders niet betrokken zijn bij een preventieve herstructureringsprocedure aangezien de Richtlijn hun betrokkenheid niet verplicht (zie art. 2 lid 1 sub 2 Richtlijn (“indien toepasselijk krachtens nationaal recht”) jo. art. 12 lid 1 Richtlijn en overweging 57 Richtlijn).
Art. 9 lid 3 Richtlijn.
Art. 28 Richtlijn.
Overweging 57 Richtlijn. Zie ook Tollenaar 2017, p. 68.
Art. 2 lid 1 sub 2 Richtlijn jo. art. 12 lid 1 Richtlijn en overweging 57 Richtlijn.
Art. 12 lid 3 Richtlijn.
Overweging 57 Richtlijn.
Dit is mogelijk in Frankrijk, zie art. L631-9-1 Code de commerce. Zie verder Psaroudakis 2018, p. 186.
Zie par. 4.3.9 en par. 4.5.4.
In het voorgaande is het preventief herstructureringsstelsel uit de Richtlijn op hoofdlijnen uiteengezet. In deze paragraaf ga ik dieper in op de positie van aandeelhouders en de uitoefening van hun rechten. Vooropstaat dat aandeelhouders niet op een onredelijke wijze de goedkeuring, de homologatie of de implementatie van een akkoord mogen dwarsbomen.1 Lidstaten kunnen dit doel op meerdere manieren bereiken.2 Zij mogen aandeelhouders bij een akkoord betrekken en hen laten stemmen over het akkoord of hen uitsluiten van de stemming.3 Voorts mogen lidstaten ervoor kiezen aandeelhouders überhaupt niet te betrekken bij de preventieve herstructureringsprocedure. Ik bespreek achtereenvolgens de verschillende keuzemogelijkheden. Daarna ga ik in op hoe de Richtlijn omgaat met besluiten van de algemene vergadering of de instemming van individuele aandeelhouders, die zijn vereist voor de totstandkoming of de implementatie van een akkoord.
Aandeelhouders zijn betrokken bij de procedure
Wanneer het akkoord de rechten van aandeelhouders wijzigt, zijn aandeelhouders betrokken bij de procedure. Lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen of de bij het akkoord betrokken aandeelhouders wel of niet mogen stemmen over het akkoord.4 Zowel in Engeland, Duitsland als Nederland stemmen aandeelhouders over een akkoord wanneer het akkoord veranderingen aanbrengt in hun rechten. De Richtlijn zwijgt over de consequenties van het uitsluiten van betrokken aandeelhouders voor de stemming over het akkoord. De Richtlijn bevat geen beperking dat de betrokken aandeelhouders die niet mogen stemmen geen bezwaar mogen maken tegen de homologatie van het akkoord en geen gebruik mogen maken van eventuele rechtsmiddelen. Het ontbreken van een beperking is mijns inziens ook gewenst omdat aandeelhouders – ook als ze van stemming zijn uitgesloten – aan het akkoord zijn gebonden. Met andere woorden, de betrokken aandeelhouder die niet mag stemmen over het akkoord, geniet dezelfde bescherming als de betrokken aandeelhouder die wel mag stemmen, zij het dat hij niet zijn stem mag uitbrengen over het akkoord.
Wanneer betrokken aandeelhouders mogen stemmen over het akkoord, brengen zij hun stem uit in een of meer stemklassen. Zij stemmen niet als algemene vergadering. De stemming kan elektronisch geschieden waardoor dit niet tot hoge kosten of vertraging van de procedure hoeft te leiden.5 Indien niet alle stemklassen voor het akkoord hebben gestemd, bevat de Richtlijn cross class cramdown vereisten. Deze vereisten zorgen ervoor dat aan de tegenstem van een (out of the money) aandeelhoudersklasse voorbij kan worden gegaan. Lidstaten kunnen kiezen voor toepassing van de absolute priority rule of de relative priority rule (zie par. 3.3.8.2). Wanneer aandeelhouders echter zijn uitgesloten van stemming over het akkoord, zijn lidstaten niet verplicht de absolute priority rule in de verhouding tussen de schuldeisers en de aandeelhouders toe te passen.6 De APR werkt dan tussen schuldeisers onderling, maar niet tussen schuldeisers en aandeelhouders. Dit betekent dat een hoger gerangschikte schuldeisersklasse volledig moet worden voldaan voordat een lager gerangschikte schuldeisersklasse een uitkering mag ontvangen, maar niet voordat een aandeelhoudersklasse een uitkering mag ontvangen. Een wijziging van aandeelhoudersrechten kan kortom wel onder een akkoord, maar aandeelhouders kunnen niet tegen hun wil hun gehele aandelenbelang kwijtraken wanneer de APR niet van toepassing is in de verhouding tussen de schuldeisers en de aandeelhouders.
Aandeelhouders zijn niet betrokken bij de procedure
Lidstaten kunnen er ook voor kiezen aandeelhouders überhaupt niet te betrekken bij een preventieve herstructureringsprocedure.7 Aandeelhouders stemmen niet over een akkoord en een akkoord is niet verbindend voor hen. Lidstaten moeten dan op een andere manier ervoor zorgen dat aandeelhouders niet op onredelijke wijze de totstandkoming van een akkoord kunnen dwarsbomen. Lidstaten mogen zelf invulling geven aan het ‘dwarsbomen op onredelijke wijze’ en daarbij, volgens de Richtlijn, bijvoorbeeld rekening houden met de vraag of sprake is van een micro-, kleine of middelgrote onderneming, in hoeverre de voorgestelde herstructureringsmaatregelen raken aan de rechten van aandeelhouders en het soort aandeelhouder.8 In de considerans van de Richtlijn worden twee mogelijke invullingen gegeven: dat geen onredelijke meerderheidsvereisten worden gehanteerd voor besluiten van de algemene vergadering die nodig zijn voor de totstandkoming van een akkoord (bijvoorbeeld een hoge stemmeerderheid) of dat aandeelhouders geen bevoegdheid hebben ten aanzien van herstructureringsmaatregelen die geen rechtstreekse gevolgen hebben voor hun rechten.9 Een alternatief kan zijn dat de rechter een mandataire benoemt die in plaats van de tegenstemmende aandeelhouders in de algemene vergadering mag stemmen over voor de herstructurering noodzakelijke besluiten.10
Ongeacht of aandeelhouders zijn betrokken bij de procedure, kunnen lidstaten ervoor kiezen dat bepaalde besluiten van de algemene vergadering niet zijn vereist voor de totstandkoming en de implementatie van een akkoord. Aandeelhouders kunnen anders door de uitoefening van hun rechten in de algemene vergadering de totstandkoming en de implementatie van een akkoord dwarsbomen. In de paragrafen 2.5-2.6 is uiteengezet welke aandeelhoudersrechten een rol kunnen spelen bij een preventieve herstructureringsprocedure. In de volgende paragraaf komt aan bod welke besluiten overeenkomstig de Richtlijn niet zijn vereist. Onder de WHOA11 en de Duitse akkoordprocedure zijn tevens (bepaalde) besluiten van de algemene vergadering niet vereist, dit in tegenstelling tot de Engelse scheme en cva.12