Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.5.1
11.5.1 Omzetting van de dialoog van het verhoor naar een schriftelijk monoloog
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook het onderzoek van Malsch, De Keijser & Rietdijk 2011.
Haket 2007, p. 97 en Jönsson & Linell 1991, p. 431.
Komter 2001, p. 31.
Komter 2011, p. 24 en Komter 2001, p. 30.
Alleen bij het onderzoek ter terechtzitting blijft ondertekening – als gezegd – achterwege, maar ook daar wordt de monoloogvorm gebruikt.
Bij de politie komt men een enkele keer ook de derde persoon enkelvoud tegen (hij zei dat de overvaller een rode jas aan had). Deze vorm treft men bijvoorbeeld aan als het gaat om een – in een proces-verbaal van bevindingen – neergelegd informatief voorgesprek of neergelegde mededelingen van een getuige die weigert op het bureau een verklaring te komen afleggen. In die gevallen wordt het proces-verbaal alleen ondertekend door de verbalisant en heeft de inhoud kennelijk, in de ogen van de politie, niet te gelden als een volwaardige getuigenverklaring. Deze vorm past beter bij het de auditu-karakter dat door de Hoge Raad aan processen-verbaal van politie wordt toegedicht.
Zie in dit verband ook Rozemond 1998, p. 121 in relatie tot de de auditu-discussie. Nu de getuige de verklaring ondertekent als zijn eigen verklaring, is er volgens hem geen aanleiding om die onder de noemer van het de auditu-bewijs te scharen.
Komter 2011, p. 23-24.
Wat betreft de vorm: bij het opschrijven van een verklaring in een procesverbaal vindt allereerst een omzetting plaats van gesproken interactie naar een schriftelijk relaas. Het omzetten van een rechtstreekse en persoonlijke dialoog naar een geschreven stuk brengt een wezenlijke reductie in de aangeboden informatie mee. Een groot deel van de non-verbale communicatie tijdens het verhoor komt immers niet tot uitdrukking in het proces-verbaal. De verhoorder kan ervoor kiezen om bepaalde non-verbale uitingen te verbaliseren, bijvoorbeeld door in het proces-verbaal op te schrijven op het moment dat de getuige geëmotioneerd raakt of een stilte laat vallen. Dit heeft evenwel niet hetzelfde effect als rechtstreekse kennisname van non-verbaal gedrag.1
Bij de weergave van een verhoor in een proces-verbaal kiest men veelal voor de vorm van een monoloog. De monoloogvorm bestaat eruit dat de (getuigen)verklaring wordt opgeschreven in de vorm van een lopend verhaal vanuit de eerste persoon enkelvoud. Dit wekt de indruk alsof de getuige zijn verhaal spontaan (zonder hulp en onderbrekingen) zo heeft verteld. Hieronder volgt een voorbeeld uit een proces-verbaal van vernieling.
‘Op zaterdag 14 november 2009, omstreeks 3:50 bevond ik mij in mijn woning aan de (...) in Alphen aan den Rijn. Mijn woning maakt deel uit van een portiekflat. In het portiek bevinden zich zes deuren. Het portiek is afgesloten door middel van een deur. Naast deze deur bevinden zich bellen. Ik werd wakker omdat mijn bel ging. Er stond iemand beneden bij het portiek aan te bellen. Ik keek vervolgens naar buiten en ik zag een man staan. Ik woon op de tweede verdieping en ik heb goed zicht op de straat voor mijn woning. Ik zal de man later omschrijven. Ik zag dat hij tegen de deur van het portiek stond te schoppen. Ook zag ik dat hij tegen fietsen stond te trappen die bij het portiek stonden. De man die ik zag heb ik al eerder bij het portiek gezien. Hij staat vaker herrie te schoppen. Ik heb van de buren gehoord dat de man Michel heet. Later hoorde ik veel herrie buiten. Het was glasgerinkel. Ik heb toen niets gezien. Ik kan de man omschrijven als een grote man. Hij droeg vannacht een sjaal en een jas. Ik zag dat hij een rode tas bij zich had.’
Kenmerkend voor de monoloogvorm is dat gestelde vragen niet, of slechts in zeer beperkte mate, in het proces-verbaal zijn terug te vinden. In beginsel worden alleen de antwoorden genoteerd, hetgeen geschiedt door deze in een lopend tekstverband te plaatsen waarbij de tijdens het verhoor besproken thema’s door de verbalisant op logische wijze worden gerangschikt. Tijdens het verhoor zullen immers de gebeurtenissen veelal niet in chronologische volgorde worden verteld en vaak komen onderwerpen meermaals tijdens het verhoor aan de orde. Ten behoeve van de leesbaarheid zal de verhorende persoon derhalve trachten in de monoloog van het proces-verbaal samenhang en een chronologische structuur aan te brengen en herhalingen te voorkomen. 2
Vragen worden in een proces-verbaal in monoloogvorm alleen opgenomen op die momenten dat de persoon die de verklaring optekent, dat noodzakelijk acht.3 Wanneer dit het geval is, dan geschiedt ook dat in de eerste persoon enkelvoud.
‘U vraagt mij naar het signalement van de man. Ik zag dat het een blanke man betrof. Ik zag dat hij ongeveer 180 centimeter lang was. Ik ben zelf 160 cm lang. De man was gekleed in een dikke blauwe jas en een spijkerbroek. Ik zag dat de man een normaal postuur had en bruin haar. Verder kan ik u niets verklaren over deze man.’
Er zijn verschillende manieren om de gestelde vragen in monoloogvorm op te schrijven. Naast de zinsnede ‘u vraagt mij’, komt ook voor dat de verbalisant schrijft ‘u laat mij opmerken’ of dat de rechter-commissaris dicteert aan de griffier ‘op de vraag van de officier van justitie antwoord ik’. Ook bij het tonen van voorwerpen of foto’s wordt van een soortgelijke zinsconstructie gebruikgemaakt (‘U toont mij een jas, die jas is van mijn zoon’). Hoewel de vorm van een monoloog het noteren van de gestelde vragen wel toelaat, nodigt zij daar door de enigszins omslachtige wijze van formuleren geenszins toe uit. De monoloogvorm wordt juist gekenmerkt door het feit dat de inbreng van de verhorende persoon grotendeels onzichtbaar is.4
Met het gebruik van de ik-vorm hangt samen dat de getuige het procesverbaal na afloop van het verhoor bij de politie en de rechter-commissaris ondertekent als zijn verklaring.5 De wet schrijft dit ten aanzien van het proces- verbaal bij de rechter-commissaris ook uitdrukkelijk voor in artikel 174 Sv. Een dergelijke bepaling ontbreekt voor wat betreft het verhoor van de politie, maar de werkwijze is in de praktijk hetzelfde.6 Met het ondertekenen van het proces-verbaal maakt de getuige het proces-verbaal tot zijn eigen verklaring.7 Komter stelt in dit verband dat de verklarende persoon met het plaatsen van zijn handtekening als het ware de auteur van de monoloog wordt.8 De gangbare monoloogvorm kan tevens in verband worden gebracht met het voorschrift van artikel 29 lid 3 Sv dat politieverbalisanten aanspoort om verklaringen (van verdachten) zoveel mogelijk in eigen woorden op te tekenen. De gebezigde ik-vorm wekt immers de indruk dat de verklarende persoon rechtstreeks stem krijgt. De afgelegde verklaring oogt daardoor meer authentiek.