Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/11.7:11.7 Conclusie
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/11.7
11.7 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233703:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk ben ik nader ingegaan op de discussie over de rol van de rechter en op de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm uit artikel 6:162 BW. Daarbij heb ik betoogd dat de toepassing van deze maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm in geschillen tegen de overheid een belangrijke bijdrage levert aan de in deze discussie geuite kritiek op de rechter. Dit is in het bijzonder het geval indien de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm wordt gebruikt als handvat om meer abstracte, algemene belangen tegen elkaar af te wegen en op basis daarvan een zorgplicht voor de Staat te construeren die moeilijk uit achterliggende publiekrechtelijke maatstaven kan worden afgeleid. Het Urgenda-vonnis van de Haagse rechtbank is hier een belangrijk voorbeeld van. Het gerechtshof en de Hoge Raad hebben er daarom verstandig aan gedaan om aansluiting te zoeken bij artikel 2 en artikel 8 EVRM. Toch is hiermee de kritiek op Urgenda niet geheel ondervangen en ook de bredere discussie over de rol van de rechter in Nederland zeker niet ten einde.