Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.3
5.4.3 De mogelijkheid om groepsvrijstellingen in te trekken
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579977:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Komninos 2008, p. 87.
Dit geldt niet voor een onderzoek dat is ingesteld door een nationale mededingingsautoriteit. Het gemeenschapsrecht zegt niets over een dergelijke samenloop van mogelijk tegenstrijdige beslissingen van de nationale rechter en een nationale mededingingsautoriteit. Zie Komninos 2008, p. 88, voetnoot 366. Komninos wijst ook op het probleem dat zich kan voordoen indien een nationale mededingingsautoriteit op grond van art. 29 lid 2 Verordening 1/2003 overweegt een groepsvrijstelling in te trekken op het betrokken grondgebied en een parallelle civielrechtelijke procedure plaatsvindt in een ander land (een ander forum). Dit kan leiden tot verschillende uitkomsten in de verschillende lidstaten als gevolg van de verschillende mededingingsomstandigheden in de verschillende markten. De Commissie zou, om dit te voorkomen, in een dergelijk geval een procedure kunnen beginnen op grond van art. 11 lid 6 Verordening 1/2003. Zie Komninos 2008, p. 88, voetnoot 366.
Een verschil tussen de nationale rechter en de Commissie, is dat de Commissie de mogelijkheid heeft om groepsvrijstellingen in te trekken. Op grond van artikel 29 lid 1 Verordening 1/2003 kan de Commissie ambtshalve of naar aanleiding van een klacht, groepsvrijstelling intrekken, wanneer zij van oordeel is dat in een bepaald geval een overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging waarop de vrijstellingsverordening van toepassing is, bepaalde met artikel 81 lid 3 EG onverenigbare gevolgen heeft.
Wanneer in een bepaald geval overeenkomsten, besluiten van ondernemersverenigingen of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die onder een groepsvrijstelling vallen, op het grondgebied, of een gedeelte van het grondgebied, van een lidstaat dat alle kenmerken van een afzonderlijke geografische markt vertoont, met artikel 81 lid 3 EG onverenigbare gevolgen hebben, kan de mededingingsautoriteit van die lidstaat de groepsvrijstelling op het betrokken grondgebied intrekken op grond van artikel 29 lid 2 Verordening 1/2003.
Komninos ziet de exclusieve bevoegdheid van de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten om een groepsvrijstelling in te trekken nog als een restant van het monopolie van de Commissie om individuele ontheffingen te verlenen onder het regime van Verordening 17/62.1 De bevoegdheid van de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten om groepsvrijstellingen in te trekken, doet echter niet af aan de bevoegdheid van de rechter om artikel 81 EG in zijn geheel toe te passen (inclusief een mogelijke groepsvrijstelling). Het feit dat een overeenkomst onder de groepsvrijstelling valt, functioneert in het kader van de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht als een onweerlegbaar vermoeden dat de overeenkomst voldoet aan de juridische voorwaarden van artikel 81 lid 3 EG. De nationale rechter hoeft een zaak niet op voorhand aan te houden omdat de Commissie of een nationale mededingingsautoriteit mogelijkerwijze een groepsvrijstelling zal kunnen intrekken op grond van artikel 29 Verordening 1/2003. Op grond van artikel 16 Verordening 1/2003 (het vermijden van tegenstrijdige beslissingen) zou een nationale rechter een zaak wel kunnen aanhouden indien de Commissie reeds een onderzoek is gestart en voornemens is een groepsvrijstelling in te trekken op grond van artikel 29 lid 1 Verordening 1/20032