Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/626
Terrorisme. Falende klachten over de wijze waarop het hof de veronderstelde inzet van AIVD-agenten heeft getoetst aan artikel 6 EVRM, in het bijzonder het Tallon-criterium, en falende klachten over het bewijs van deelneming aan een terroristische organisatie en poging tot doodslag.
HR 11-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:814
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/02081
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:814, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:308, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
Veroordeling wegens diverse misdrijven, waaronder deelneming aan een terroristische organisatie en poging tot doodslag, meermalen gepleegd. Het oordeel van het hof dat het gebruik voor het bewijs van de communicatie tussen medeverdachte 1 en de politie-infiltrant en de directe resultaten daarvan niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces, onder meer omdat niet blijkt dat medeverdachte 1 tot het voornemen tot het plegen van een aanslag is gebracht, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ook de klachten over het bewijs van deelneming aan een terroristische organisatie en het bewijs van poging tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.