Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.4.4
4.3.4.4 De Uitzend-cao
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943428:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Passchier, SMA 2002/1, p. 21.
Art. 16 lid 1 CAO voor Uitzendkrachten 2019-2021.
CAO voor Uitzendkrachten 2021-2023, p. 23 en 24; CAO voor Uitzendkrachten mei 2023, p. 24.
De onderhandelingen over de uitzend-cao 2021-2023 verliepen erg stroef en de uitbreiding van de inlenersbeloning zou er in beginsel niet komen. De werkgeversverenigingen weigerden akkoord te gaan met de eisen van FNV en CNV en verlengden de oude cao met vakbond LBV, zonder verbetering van de beloning. Zie o.a. ‘Vakbonden kwaad op piepkleine bond die lot 200.000 uitzendkrachten bepaalt’, NOS 1 juni 2021.
Het Nederlandse recht stelt dus geen voorwaarden aan afwijking van het loonverhoudingsvoorschrift. De wetgever gaat er blijkbaar van uit dat de bescherming van de bij het arbeidsvoorwaardenoverleg betrokken belangen op ‘mesoniveau’ voldoende gewaarborgd wordt.1
De definitie van de inlenersbeloning in de uitzend-cao omvatte van 2019 tot 2021 het periodeloon en vijf limitatief opgesomde looncomponenten die voor de werknemers van de inlener gelden die in gelijke of gelijkwaardige functies werken. Deze componenten zijn arbeidsduurverkorting of compensatie daarvan in geld of tijd, toeslagen voor overwerk, onregelmatigheid, verschoven uren, ploegendienst en fysiek belastende omstandigheden, initiële loonsverhogingen, kostenvergoeding, zoals reis- en pensionkosten, en periodieken.2 Per 3 januari 2022 werden de volgende componenten daaraan toegevoegd: eenmalige niet-periodiek terugkerende uitkeringen, ongeacht doel of reden, reisuren- en reistijdvergoedingen en thuiswerkvergoedingen. Sinds 1 januari 2023 vallen vaste eindejaarsuitkeringen ook onder de inlenersbeloning uit de uitzend-cao en op 1 juli 2023 werd de opsomming van toeslagen vervangen door ‘alle toeslagen’.3
De inlenersbeloning op basis van de uitzend-cao wordt dus steeds gelijker aan het loon van werknemers van de inlener. Door het gebrek aan wettelijke vereisten of waarborgen aan de mogelijkheid af te wijken bij cao, kunnen een veranderende arbeidsmarkt of mindere economische tijden ertoe leiden dat dit loonniveau in de cao niet behouden blijft.4 Ten aanzien van componenten als eindejaarsuitkeringen, scholingsbijdragen en winst- en bonusregelingen is het risico het grootst dat deze daarbij (weer) van de inlenersbeloning uitgesloten worden of blijven, getuige de uiteenlopende interpretaties die tot op heden al over het recht van uitzendkrachten op deze componenten hebben bestaan, zoals uiteengezet in paragraaf 4.3.3.