Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.2:1.2 Btw en niet-betaling
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/1.2
1.2 Btw en niet-betaling
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS492159:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De grondslag waarover btw wordt berekend wordt aangeduid als de maatstaf van heffing. Ingevolge art. 73 Btw-richtlijn en art. 8 Wet OB 1968 omvat de maatstaf van heffing alles wat de leverancier voor zijn goederenlevering of dienst als tegenprestatie van de afnemer of van een derde verkrijgt of moet verkrijgen (de btw daaronder niet begrepen). De afnemer kan de aan hem in rekening gebrachte btw op zijn beurt vervolgens op de grond van art. 168 Btw-richtlijn en art. 15 Wet OB 1968 in aftrek brengen indien en voor zover hij de aan hem geleverde goederen of diensten gebruikt voor (eigen) btw-belaste handelingen. Door het systeem van verschuldigdheid en aftrek betaalt een ondernemer per saldo btw over zijn behaalde marge, ofwel de door hem aan het productie- en distributieproces toegevoegde waarde.
1.2.1 Betaling vormt géén voorwaarde voor verschuldigdheid en aftrek1.2.2 Btw-correcties bij niet-betaling1.2.3 Géén correctiemechanismen als kasstelsel wordt gevolgd1.2.4 Het begrip ‘niet-betaling’1.2.5 Verhouding Unierecht – nationaal recht