Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.7.5
2.7.5 Aanvullende toezichtsbepalingen die voor icbe’s van belang kunnen zijn al naar gelang hun beleggingsbeleid
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193669:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EU) 2016/1011. Zie ook Van Praag (2014).
Verordening (EU) 2015/2365. SFTR is de afkorting van de veelgebruikte Engelse naam: Securities Financing Transactions Regulation. Zie voor meer informatie over deze Verordening Van Merrienboer (2016) en Graaf (2017).
Overweging 15 Verordening (EU) 2015/2365.
Zie ook paragraaf 4.5.2.2.
Ook wel bekend als EMIR, naar de afkorting van de Engelse naam European Markets Infrastructure Regulation. Verordening (EU) 648/2012.
De definitie die ESMA geeft aan het gebruik van benchmarks door icbe’s is veel ruimer dan de definitie van het gebruik van benchmarks onder de Bench- markverordening. Ook als er alleen sprake is van een prestatievergelijking met een benchmark dan kan er onder de icbe-regelgeving al sprake zijn van het (impliciete) gebruik van een benchmark. ESMA34-43-392, p. 19 en 20. Zie ook paragraaf 4.6.3.3.
Tot slot gelden er diverse toezichtraamwerken die afhankelijk van het beleggingsbeleid van de icbe relevant kunnen zijn. Zo geeft de in 2018 in werking getreden Benchmarkverordening regels voor het gebruik van benchmarks.1 Indien een icbe gebruikmaakt van een benchmark voor het bepalen van de activa-allocatie, voor het reproduceren van de rendementen of voor het berekenen van een prestatievergoeding, valt de benchmark onder de definitie van de Benchmark-Verordening en gelden er enkele aanvullende regels.2 Zo dient de beheerder van de benchmark een vergunning aan te vragen en houdt ESMA een register bij van alle beheerders die een vergunning hebben ontvangen.3 In het prospectus van een icbe dient aangegeven te worden of de beheerder van de benchmark is opgenomen in het ESMA-register.4 Ook dient in dat geval een plan opgesteld te worden voor het geval de benchmark ophoudt te bestaan of materieel wordt gewijzigd.5
Indien een icbe gebruikmaakt van effectenfinancieringstransacties, valt zij onder de Effectenfinancieringstransactie-Verordening (SFTR).6 Hierbij kan gedacht worden aan het uitlenen van effecten, retrocessieovereenkomsten en omgekeerde retrocessieovereenkomsten.7 Ook total return swaps vallen onder de reikwijdte van de Verordening. Beheerders doen dit veelvuldig in het kader van efficiënt portefeuillebeheer.8 Met deze Verordening tracht de Europese wetgever het gebruik van deze transacties transparanter te maken. In periodieke verslagen en in het prospectus dienen beheerders informatie over het gebruik van effectenfinancieringstransacties en van total return swaps openbaar te maken.9
In de Icbe-regelgeving zelf is nadrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om onderhandse derivatenovereenkomsten aan te gaan.10 Hier zijn diverse verplichtingen over opgenomen, met name ten aanzien van risicobeheer en zekerhedenbeleid.11 Als een icbe derivatenovereenkomsten aangaat, is ook de Europese Verordening betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (EMIR) relevant.12 In deze Verordening zijn diverse verplichtingen opgenomen die icbe’s in acht moeten nemen bij het aangaan van een derivatenovereenkomst. Elk derivatencontract dient gerapporteerd te worden aan een erkend transactieregister.13 Dit stelt de relevante toezichthouders, waaronder de nationale toezichthouders, ESMA en het Europees Comité voor systeemrisico’s en stelt centrale banken in staat de risico’s voor individuele instellingen en voor het systeem als geheel eenvoudig in te zien.14 Sommige derivatenovereenkomsten dienen gecleard te worden bij een centrale tegenpartij.15 Dit leidt tot een beperking van het tegenpartijrisico. Tot slot moeten tegenpartijen van een derivatenovereenkomst beschikken over risicobeheerprocedures die een tijdige, nauwkeurige en passend gescheiden uitwisseling van zekerheden voorschrijven met betrekking tot niet centraal geclearde otc-derivaten.16 Deze bepalingen zijn dus relevant voor de bescherming van deelnemers. Ze hebben immers betrekking op het risicoprofiel van de icbe’s.
Alhoewel de verplichtingen uit de Benchmarkverordening, EMIR en SFTR los staan van icbe-regelgeving zelf, zijn ze wel relevant voor icbe’s en roepen ze vragen op over de samenhang tussen de verschillende Europese wetten. Zo komt de definitie van benchmark in de Benchmarkverordening niet overeen met de wijze waarop de benchmark werd gebruikt onder de icbe-regelgeving.17 In EMIR is bepaald dat centrale tegenpartijen een waardering afgeven voor derivaten die zij clearen. Icbe’s mogen vanuit de icbe-regelgeving echter niet zomaar op één waardering afgaan en dienen dus zelf de waardering te verifiëren. ESMA heeft aangegeven dat deze verplichting ook blijft bestaan als de centrale tegenpartij een waardering afgeeft.18