De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.5.2:7.3.5.2 Stille verpanding van een recht op belastingteruggave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.5.2
7.3.5.2 Stille verpanding van een recht op belastingteruggave
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS388760:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in geval van stille verpanding van een fiscale vordering zijn de algemene civielrechtelijke regels van belang. Wederom geldt dat stille verpanding van een fiscale vordering (een vordering op naam) mogelijk is doordat in artikel 3:83 lid 1 BW is bepaald dat vorderingsrechten overdraagbaar zijn, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen overdracht verzet. Via de schakelbepaling van artikel 3:98 BW geldt deze bepaling ook voor de stille verpanding.
Ten aanzien van de stille verpanding zijn de regels van artikel 3:239 e.v. BW van toepassing. Een stil pandrecht kan ingevolge het eerste lid van artikel 3:239 BW worden gevestigd bij authentieke of onderhandse akte, zonder mededeling daarvan. Een voorwaarde die daarbij wordt gesteld is dat het recht op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat of rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding. Hiermee is het bepaalde in artikel 3:97 BW betreffende toekomstige vorderingen niet van toepassing op stille verpanding. Dit is ook mogelijk doordat in de schakelbepaling van artikel 3:98 BW de beperking ‘tenzijde wet anders bepaalt’ is opgenomen.
Stille verpanding is – in tegenstelling tot cessie – in geval van een turboliquidatie niet mogelijk, omdat voor een rechtsgeldig stil pandrecht vereist is dat ofwel de vordering op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat ofwel dat de vordering rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding, aldus artikel 3:239 lid 1 BW. Ingevolge artikel 24.6.2. Leidraad Invordering 2008 is stille verpanding dus slechts mogelijk vanaf het moment dat de aanspraak op teruggaaf van het saldo van positieve en negatieve elementen van de belastingaanslag of de teruggaafbeschikking materieel vaststaat. Dit is op zijn vroegst het geval na het einde van het jaar of tijdvak waarop de teruggaaf betrekking heeft.