Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/2.2.11.2
2.2.11.2 Invoering van de verzekeraar met beperkte risico-omvang
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949841:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Silverentand en Van der Eerden 2018, p. 106-107.
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking), PbEU 2009, L 335.
Art. 2:49b Wft (“Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 2:48, eerste lid. Aan deze vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.”) juncto artikel 1e tot en met 1g Vrijstellingsregeling Wft.
Dit bedrag is per 19 oktober 2022 verhoogd van 5 miljoen EUR naar 5,4 miljoen EUR door de Bekendmaking van de aanpassing aan de inflatie van de bedragen die worden vermeld in Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2021, C 423).
De verzekeraar met beperkte risico-omvang is per 1 januari 2016 in de Wft geïntroduceerd.1 De Solvency II richtlijn2 bestrijkt niet alle verzekeraars. Dit omdat het toezichtkader dat door de richtlijn wordt geïntroduceerd te zwaar zou zijn voor kleine verzekeraars.3 Omdat zij niet onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen, kunnen deze verzekeraars ook geen gebruik maken van het Europees paspoort. Met een Europees paspoort kunnen verzekeraars die een vergunning hebben verkregen in de lidstaat van hun zetel, activiteiten ontplooien in alle andere lidstaten zonder in die andere lidstaat daarvoor een vergunning te hoeven krijgen. De nationale vergunning voor verzekeraars die niet onder de reikwijdte van de Solvency II richtlijn vallen, wordt de “basic-vergunning” genoemd.4 Verzekeraars die onder dit regime vallen, noemt men in de Wft ‘verzekeraars met beperkte risico-omvang’. Verzekeraars met beperkte risico-omvang kunnen zelfs zo klein zijn dat zij helemaal geen vergunning nodig hebben: zij kunnen gebruik maken van bepalingen in de Vrijstellingsregeling Wft.5
De verzekeraar met beperkte risico-omvang wordt in art. 1:1 Wft gedefinieerd als “een verzekeraar die ingevolge artikel 4, 7 of 10 van de richtlijn solvabiliteit II is uitgesloten van het toepassingsgebied van die richtlijn en geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van die richtlijn om een vergunning aan te vragen of te behouden”.
Op grond van art. 4 van de Solvency II richtlijn is deze niet van toepassing op verzekeringsondernemingen waarvan de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten van de onderneming niet meer dan 5,4 miljoen EUR6 bedragen en die tevens aan een aantal andere in art. 4 vermelde voorwaarden voldoen.
Op grond van art. 7 van de Solvency II richtlijn heeft deze richtlijn ook geen betrekking op onderlinge verzekeringsondernemingen die schadeverzekeringsactiviteiten verrichten en die met een andere onderlinge verzekeringsonderneming een overeenkomst hebben gesloten welke voorziet in volledige herverzekering van de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten of in de vervanging van de cederende onderneming door de overnemende onderneming voor de nakoming van de uit deze verzekeringsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen.
Op grond van art. 10 van de Solvency II richtlijn heeft de richtlijn met betrekking tot levensverzekeringen geen betrekking op instellingen die uitsluitend uitkeringen bij overlijden waarborgen, wanneer het bedrag van deze uitkeringen niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de begrafeniskosten voor een sterfgeval of wanneer deze uitkeringen in natura geschieden.
Minister van Financiën Hoekstra heeft in 2020 een evaluatie van dit Solvency II “basic-regime” aan de Tweede Kamer toegezonden.7 Op dat moment vielen 23 verzekeraars onder het basic-regime, namelijk vijf natura-uitvaartverzekeraars en achttien schadeverzekeraars. In de brief wordt toegelicht dat de versoepelingen van eisen voor verzekeraars met beperkte risico-omvang niet zijn aangebracht in de vorm van verlichting van risicogeoriënteerde solvabiliteitseisen, deze eisen zijn per definitie relatief. De versoepelingen zijn aangebracht in de vorm van vermindering in de complexiteit van de berekeningen en de hoeveelheid rapportageverplichtingen. De brief stelt: “Voor consumenten draagt het regime bij aan de diversiteit van het aanbod, omdat naast de grotere verzekeraars ook kleine (regionale) of niche verzekeraars producten kunnen blijven aanbieden. Daarnaast wordt met het basic-regime de bescherming van polishouders gewaarborgd, waarmee aan de belangrijkste voorwaarde voor dit regime wordt voldaan.”