Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.7.2.1
2.7.2.1 Statutenwijziging
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197802:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
S.21 CA 2006 jo. s.283 CA 2006. Een wijziging van rechten verbonden aan een bepaalde soort aandelen behoeft tevens de goedkeuring van die soort aandelen. Eenzelfde stemmeerderheid geldt daarbij.
Re Gold Reefs of West Africa Ltd (1900) 1 Ch. 656.
Davies & Worthington 2016, p. 658.
Re Shuttleworth v Cox Brothers and Co (Maidenhead) Ltd (1927) 2 KB 9. Zie verder Fan 2008, p. 6, Davies & Worthington 2016, p. 640 en Mayson, French & Ryan 2016, par. 3.6.5.1.
Re Sidebottom v Kershaw, Leese & Co Ltd (1920) 1 Ch. 154, CA.
Re Greenhalgh v. Arderne Cinemas Ltd (1951) Ch 286. Mayson, French & Ryan 2016, par. 3.6.5.2 en Chivers e.a. 2017, p. 10-11.
Grantham 1998, p. 568.
Re Charterhouse Capital Ltd, Arbuthnott v Bonnyman (2015) EWCA Civ 536. Zie uitgebreid Chivers e.a. 2017, p. 13-16.
Grantham 1998, p. 574, Fan 2008, p. 11 en Chivers e.a. 2017, p. 16 e.v.
Zie par. 2.7.1.2.
Re Clemens v Clemens Bros Ltd (1976) 2 All ER 268.
Xuereb 1987, p. 18-19 en Mayson, French & Ryan 2016, p. 410. De zaak is te plaatsen in het kader van quasi-partnerships.
Het wijzigen van de statuten van een Ltd vereist een besluit van de algemene vergadering met een stemmeerderheid van 75 procent van de stemgerechtigden.1 Een meerderheidsaandeelhouder kan zijn macht aanwenden om de statuten te wijzigen ten gunste van hem en ten nadele van de minderheidsaandeelhouder(s). Een voorbeeld hiervan is het opnemen van een bepaling in de statuten die een minderheidsaandeelhouder verplicht tot de verkoop van zijn aandelen of die de rechten van minderheidsaandeelhouders wijzigt (zoals het ontnemen van het voorkeursrecht). Teneinde de minderheidsaandeelhouder te beschermen, moet in Engeland een meerderheidsaandeelhouder bij het wijzigen van de statuten, zijn stemrecht uitoefenen “bona fide for the benefit of the company as a whole.”2 De rechtspraak hierover is vrij casuïstisch en biedt een minderheidsaandeelhouder weinig houvast.3 De rechter zal een statutenwijziging niet bona fide achten indien “no reasonable man could consider it for the benefit of the company as a whole.”4 Een voorbeeld van een bona fide statutenwijziging is de introductie van een bepaling in de statuten die aandeelhouders met een belang in een concurrerende vennootschap verplicht hun aandelen over te dragen.5 Dit was volgens de rechter duidelijk in het belang van de vennootschap.
Het begrip “the company as a whole” werd voorheen uitsluitend opgevat als ‘de vennootschap als commerciële entiteit zich onderscheidend van de aandeelhouders’, zo ook in het hiervoor genoemde voorbeeld. Sinds re Greenhalgh v. Arderne Cinemas Ltd (1951) worden daaronder ook “shareholders as a general body” verstaan.6 Deze ‘verruiming’ was wenselijk omdat veel statutenwijzigingen – vooral wanneer van een verplichte verkoop van aandelen geen sprake is – geen effect hebben op de belangen van de vennootschap als commerciële entiteit, maar enkel op de belangen van aandeelhouders. Denk aan een statutenwijziging die het voorkeursrecht van een aandeelhouder afneemt.7 In feite is dan sprake van een dispuut tussen de aandeelhouders. Een dergelijke statutenwijziging is bona fide indien (i) geen sprake is van onderdrukking van de minderheid (oppression of the minority), (ii) de meerderheid geen onrechtvaardig voordeel verkrijgt ten koste van de minderheid én (iii) de wijziging niet buiten hun bevoegdheid ligt.8 Dit komt grotendeels overeen met de ook in de rechtspraak ontwikkelde norm die niet alleen bij een besluit tot statutenwijziging geldt, maar bij alle besluiten van de algemene vergadering, namelijk dat geen sprake mag zijn van fraud on the minority.9 Ook in Nederland moet een meerderheidsaandeelhouder onder omstandigheden rekening houden met minderheidsaandeelhouders en mag hij zijn macht niet misbruiken ten koste van de minderheidsaandeelhouders.10
Zolang geen sprake is van onderdrukking van minderheidsaandeelhouders ten aanzien van een statutenwijziging, mag een meerderheidsaandeelhouder zijn stem uitoefenen naar eigen inzicht. In re Clemens v Clemens Bros Ltd (1976) lijkt een andere ‘algemene’ norm voor een meerderheidsaandeelhouder te worden aangenomen.11 Het ging om een familieonderneming met twee aandeelhouders, een meerderheidsaandeelhouder en een minderheidsaandeelhouder. In de algemene vergadering werd besloten tot de uitgifte van aandelen aan de bestuurders waardoor de minderheidsaandeelhouder zijn veto bij speciale besluiten verloor en zijn aandelenbelang sterk verwaterde. De rechter oordeelde dat de meerderheidsaandeelhouder niet zijn stemrecht mag uitoefenen “in any way she pleases.” De rechter oordeelde dat het stemrecht onderworpen is aan equitable considerations (billijke overwegingen). De zaak is echter een geïsoleerd geval.12 Ten tijde van onderhavige zaak bestond het voorkeursrecht van bestaande aandeelhouders niet en de aandelenuitgifte vergde destijds een statutenwijziging, waardoor de beoordeling in feite draaide om de vraag of de statutenwijziging bona fide was.