De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.5.3.4:8.5.3.4 Verlening enquêtebevoegdheid aan een derde
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.5.3.4
8.5.3.4 Verlening enquêtebevoegdheid aan een derde
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368811:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur is betoogd dat de contractuele verlening van enquêtebevoegdheid krachtens art. 2:346 lid 1 sub e BW aan een derde, zoals de ondernemingsraad1 of een beschermingsstichting2, mogelijk een bod kan dwarsbomen. Als dit zo is, dan is er mogelijk ook sprake van defensief acting in concert. Wanneer aan de ondernemingsraad enquêterecht wordt toegekend blijft een biedplicht buiten beeld; daarvoor is immers nodig dat ten minste 30% van de stemrechten kunnen worden uitgeoefend. Dat geldt uiteraard ook voor toekenning van dit recht aan soortgelijke “institutioneel betrokkenen” zoals de vakbonden.
Aan deze ontstaansvoorwaarde wordt mogelijk wel voldaan bij verlening van enquêtebevoegdheid aan de beschermingsstichting. Echter, de stichting verkrijgt pas overwegende zeggenschap op het moment dat zij de aandelen verkrijgt – al dan niet als gevolg van uitoefening van haar optierecht. Het enquêteverzoek zal doorgaans voor die verkrijgingplaatsvinden; achterliggende gedachte bij het verlenen van de enquêtebevoegdheid is immers dat dit een alternatief vormt voor emissie van beschermingsaandelen.