Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.8.4.6
9.8.4.6 Taak ondernemingsraad en verhouding met de ondernemer
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS380643:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Verburg, diss. (2007), p. 354.
Zo ook Zaal (2009), p. 48.
OK 5 oktober 2005, JOR 2005/296, m.nt. Leijten (Smit Transformatoren), r.o. 3.4.
OK 13 november 1980, NJ 1981/258. De ondernemingsraad is, zoals het Hof in deze beschikking al eens heeft geformuleerd, een intern orgaan van de onderneming. Een orgaan van de vennootschap in de zin van art. 2:13 BW dat besluiten kan nemen met rechtsgevolg voor de interne verhoudingen binnen de rechtspersoon/vennootschap, is de ondernemingsraad niet. Zie Maeijer (2009), p. 230.
Zie Van Wulfften Palthe, diss. (1986), p. 463 en Scholten (1982), p. 3.
Slagter (1984), p. 41-42.
Zo concludeert Slagter reeds in 1984, zie Slagter (1984), p. 42.
De ondernemingsraad heeft een duale taakstelling. Deze taak is gericht op overleg met de bestuurder in het belang van de onderneming en op de vertegenwoordiging van het werknemersbelang. Dat houdt in dat de ondernemingsraad ook het belang van de onderneming in al haar facetten in aanmerking behoort te nemen.1 De tegenstanders betogen dat toekenning van het enquêterecht aan de ondernemingsraad wel past bij de taak van de vertegenwoordiging van het werknemersbelang, maar zich niet verhoudt tot de overlegtaak. Het duale karakter staat volgens mij niet langer in de weg aan het instellen van een enquêteverzoek door de ondernemingsraad.2 De OK overweegt in haar Smit Transformatoren-beschikking dat vanwege het duale karakter van de ondernemingsraad het enquêterecht juist in zijn bevoegdhedenarsenaal past.3
Voorts wijzen de tegenstanders op het feit dat toekenning van het enquêterecht aan de ondernemingsraad meebrengt dat de werknemers een enquêteverzoek tegen hun eigen directie kunnen instellen. De ondernemingsraad is als wettelijk medezeggenschapsorgaan een intern orgaan4 van de onderneming en door het indienen van een enquêteverzoek kan er een uitermate moeilijke verhouding ontstaan binnen de onderneming.5 De ondernemingsraad komt in een lastige positie als hij een enquête verzoekt en tijdens de procedure met de ondernemer moet blijven samenwerken, zo is de gedachte. Dit ligt anders wanneer de vakbonden een enquêteverzoek instellen: zij zijn buitenstaanders.6 Deze argumenten zijn inmiddels achterhaald. In de WOR 1979 maakt de ondernemer geen onderdeel meer uit van de ondernemingsraad. De zelfstandige ondernemingsraad is zoals gezegd volwassen geworden. Die volwassenheid brengt mee dat het afwegingsproces van de voor- en nadelen van een enquête aan de ondernemingsraad kan worden toevertrouwd.7