Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/713
Onbegrijpelijk oordeel dat de klacht ter zake poging tot afdreiging tijdig is gedaan.
HR 02-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:969
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
22/01398
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:969, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:446, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑10‑2022
- Wetingang
Essentie
Onbegrijpelijk oordeel dat de klacht ter zake poging tot afdreiging tijdig is gedaan.
Samenvatting
Tenlastegelegd is dat verdachte op 17 juni 2019 geprobeerd heeft zijn voormalige werkgever af te persen door het sturen van een dreigend sms-bericht (feit 1) en in de periode van 17 januari 2019 tot en met 8 maart 2019 geprobeerd heeft aangever af te dreigen door middel van e-mailberichten (feit 2). Het hof heeft geoordeeld dat binnen de klachttermijn klacht is gedaan van afdreiging, nu de in feit 2 genoemde e-mailberichten en het in feit 1 genoemde sms-bericht met elkaar samenhangen en moeten worden gezien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.