Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.5.5.4:4.5.5.4 Pensioen van bedrijfsmatig gedetacheerde arbeidskrachten
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.5.5.4
4.5.5.4 Pensioen van bedrijfsmatig gedetacheerde arbeidskrachten
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943472:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
StiPP stelt anno 2023 als voorwaarde voor vrijstelling o.a. dat de eigen pensioenregeling van de verzoeker minimaal gelijkwaardig is aan de StiPP-regeling, zie ‘Vrijstelling’, stippensioen.nl. De werkgeversbijdrage van StiPP is echter (nog) niet gelijk aan de gemiddelde werkgeversbijdrage in Nederland, hetgeen het voornaamste vereiste is om van een adequaat pensioen te kunnen spreken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bedrijfsmatige detacheerders zullen voldoen aan de 50%-norm in het verplichtstellingsbesluit voor het StiPP-pensioenfonds. Bedrijfsmatig gedetacheerde arbeidskrachten hebben daarom recht op aanvullende pensioenopbouw via StiPP. We zagen eerder al dat het StiPP-pensioen als niet-adequaat en mager wordt gezien vanwege het feit dat de werkgeversbijdrage in zowel de Basis- als Plusregeling (veel) lager is dan gemiddeld. De toetsing van de ongelijke behandeling die het StiPP-pensioen oplevert, hoeft hier niet te worden herhaald. Het verschil tussen de StiPP-pensioenregeling van een bedrijfsmatig gedetacheerde werknemer en de pensioenregeling van een werknemer van de inlener is geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van de detacheerder zolang de werkgeversbijdrage in de StiPP-basisregeling niet wordt bijgesteld naar ten minste de gemiddelde werkgeversbijdrage.
Bedrijfsmatige detacheerders kunnen ook in een eigen cao een pensioenregeling zijn overeengekomen.1 Deze detacheerders kunnen dan dispensatie verzoeken voor de StiPP-regeling. Tussen de pensioenregeling die de bedrijfsmatige detacheerder biedt en de pensioenregeling van de inlener kunnen uiteraard nog steeds verschillen bestaan.
De ongelijke behandeling is echter alleen proportioneel als de pensioenregeling van een adequaat niveau is, zoals dat ook voor het pensioen van payrollwerknemers geldt. Daarom beveel ik aan om bij een verzoek om dispensatie van de StiPP-regeling de pensioenregeling ten behoeve waarvan om dispensatie wordt verzocht, inhoudelijk te wegen. Dispensatie zou dan alleen moeten worden toegewezen als het adequate niveau van de regeling is aangetoond, wat voornamelijk afhangt van de werkgeversbijdrage.2 Zo kan, mits de StiPP-regeling ook is aangepast naar een adequaat niveau, voor bedrijfsmatig gedetacheerde arbeidskrachten een adequaat pensioen – met in ieder geval een gemiddelde werkgeversbijdrage – worden gewaarborgd en zijn de gevolgen van ongelijke behandeling ten aanzien van het pensioen proportioneel. Ongelijke behandeling ten aanzien van de pensioenregeling die bij de inlener geldt, is dan een gerechtvaardigd personeelsbeleid van de detacheerder.