De systematiek van de vermogensdelicten
Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/4.7:4.7 Slotbeschouwing
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/4.7
4.7 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het was de bedoeling van de wetgever om de vermogensdelicten scherp van elkaar te onderscheiden. De verschillende delicten lijken hun bestaansrecht te ontlenen aan de onderlinge grenzen. Uit het voorgaande kan echter de conclusie worden getrokken dat die grenzen inmiddels zijn verschoven ofwel diffuus zijn, in die zin dat sprake is van een overlap tussen verschillende delicten. De grenzen tussen in de eerste plaats diefstal en afpersing en in de tweede plaats diefstal en oplichting lijken in sommige zaken verdwenen. De Hoge Raad legt de onderscheidende bestanddelen ruim uit en aanvaardt expliciet overlap. De Raad maakt daarnaast gebruik van cassatietechniek en laat de feitenrechter veel ruimte, al is er gelet op HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5232, NJ 2009/281 kennelijk geen ruimte om vrij te spreken. Ook tussen afpersing en oplichting zou overlap kunnen bestaan, maar op dat punt is te weinig jurisprudentie beschikbaar om stellige uitspraken te doen. Het enige delict dat nog steeds is afgegrensd van de andere vermogensdelicten, is verduistering. Het bestanddeel ‘anders dan door misdrijf’ staat aan overlap met andere delicten in de weg.