Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.6.6.2:5.6.6.2 Vrij verrichten van diensten
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.6.6.2
5.6.6.2 Vrij verrichten van diensten
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193618:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Luxemburg en Ierland zijn de artikelen in het kader van het vrij verrichten van diensten Richtlijnconform geïmplementeerd.1 In Nederland lijkt ten onrechte ook het gebruik van het paspoort van de icbe onder deze procedure te zijn opgenomen. In artikel 2:122a Wft is bepaald dat een beheerder die voornemens is om ‘door middel van het verrichten van diensten een icbe met zetel in een andere lidstaat te beheren of rechten van deelneming in door hem beheerde icbe’s in een andere lidstaat aan te bieden’, hiertoe slechts over mag gaan nadat hij dit voornemen aan de AFM kenbaar heeft gemaakt. Vervolgens dient de procedure zoals uiteengezet in de Richtlijn te worden gevolgd. In de toelichting op dit artikel heeft de wetgever aangegeven dat dit artikel de implementatie vormt van artikel 18 lid 1 en 2 van de Icbe-Richtlijn.2 Dit is echter onjuist omdat een beheerder die uitsluitend rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe in een andere lidstaat wil aanbieden, niet onder artikel 18 lid 1 en 2 van de Icbe-Richtlijn valt.3 Volgens de Richtlijn is deze verhandeling uitsluitend onderworpen aan de voorwaarden uit hoofdstuk 11 van de Richtlijn, ofwel aan de notificatieprocedure voor icbe’s. Deze is in de Wft opgenomen in artikel 2:123 Wft. Ten onrechte moet een Nederlandse beheerder die deelnemingsrechten van icbe’s wil aanbieden in een andere lidstaat, aan beide artikelen voldoen. Dit is eenvoudig op te lossen door de verwijzing naar het aanbieden van een icbe in een andere lidstaat uit de tekst van artikel 2:122a Wft te halen.
Wederom is niet bepaald dat er ook werkzaamheden in Nederland verricht mogen worden door buitenlandse beheerders of in andere lidstaten door Nederlandse beheerders die losstaan van het beheren van icbe. Mogelijk is dit het gevolg van de opzet van de vergunningplicht van de beheerder. Het is in Nederland niet verboden om activiteiten als beheerder uit te voeren maar uitsluitend om deelnemingsrechten in een icbe aan te bieden zonder vergunning. Dit impliceert dat het niet verboden is om beheertaken uit te voeren als dit geen aanbieding van een deelnemingsrecht van een icbe behelst of andere vergunningplichtige activiteit.4 Mogelijk werd het daarom niet nodig geacht deze mogelijkheid op te nemen, daar het ook nergens verboden is. In de memorie van toelichting is deze keuze niet gemotiveerd.