Personentoetsingen in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/2.5:2.5 Gevolgen van de Richtsnoeren en de ECB Gids voor de Nederlandse toetsingspraktijk
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/2.5
2.5 Gevolgen van de Richtsnoeren en de ECB Gids voor de Nederlandse toetsingspraktijk
Documentgegevens:
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268396:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook Hoofdstuk 7, par. 7.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de totstandkoming van zowel de richtsnoeren van EBA en ESMA voor het beoordelen van geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie van 26 september 2017 (hierna: “de Richtsnoeren”) als de ECB-Gids is veel van de Nederlandse toetsingspraktijk overgenomen (best practices) en de regels komen grotendeels overeen.1 Dit laat onverlet dat op soms belangrijke onderdelen wordt afgeweken van het Nederlandse systeem. In deze paragraaf wordt verkend wat deze afwijkingen zijn en welke gevolgen dit zou kunnen hebben voor de Nederlandse praktijk.
Daarbij wordt de indeling gevolgd van de in de CRD IV opgenomen toetsingscriteria. Dit zijn, achtereenvolgens, de criteria Betrouwbaarheid (paragraaf 2.5.1), Kennis, vaardigheden en ervaring (paragraaf 2.5.2), Collectief (paragraaf 2.5.3), Voldoende tijd (paragraaf 2.5.4) en Onafhankelijkheid (paragraaf 2.5.5). Tot slot volgt een aantal opmerkingen over het toetsingsproces (paragraaf 2.5.6).
2.5.1 Betrouwbaarheid2.5.2 Individuele kennis, vaardigheden en ervaring2.5.3 Collectief2.5.4 Voldoende tijd2.5.5 Onafhankelijkheid2.5.6 Procedurele aspecten