Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.8.4.3
9.8.4.3 Procesbevoegdheid
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS381855:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hof ’s-Gravenhage 24 april 1981, NJ 1983/5 (Lanser) en Hof Arnhem 15 juli 2008, JOR 2009/62 (Vion).
Zo ook SER-advies 1988/14, p. 69 en Van Duren-Kloppert (2004), p. 47-48.
Zie de uitspraken genoemd in Asser/Kroeze 2-I* (2015), nr. 613. Zie ook Tuijtel (2005), p. 199.
In OK 13 november 1980, NJ 1981, 258 (Batco), OK 26 juni 1986, NJ 1987, 976 en OK 25 april 1991, NJ 1991/237, aanvaardt de OK, mede gelet op art. 31a lid 2 WOR, de procesbevoegdheid van de ondernemingsraad als belanghebbende in de zin van art. 999 (oud) Rv, thans art. 2:448 BW (jaarrekeningprocedure).
OK 10 december 2003, ARO 2003/186 (ERU Beheer).
HR 23 maart 2012, JOR 2012/41 m.nt. Josephus Jitta en Barkhuysen (e-Traction).
Art. 2:158/268 lid 8 BW.
De omstandigheid dat de ondernemingsraad niet beschikt over rechtspersoonlijkheid heeft tot gevolg dat de ondernemingsraad geen algemene procesbevoegdheid toekomt.1 Het niet hebben van algemene procesbevoegdheid hoeft mijns inziens niet in de weg te staan aan toekenning van de enquêtebevoegdheid aan de onderne mingsraad. De ondernemingsraad heeft sinds de wijziging van de WOR in 1979 reeds procesbevoegdheid (het beroepsrecht van art. 26 WOR), ondanks het ontbreken van rechtspersoonlijkheid en hij maakt hiervan terdege gebruik.2 Ook in kort geding- procedures die verband houden met een beroepsrechtprocedure wordt de procesbevoegdheid van de ondernemingsraad aangenomen.3 Tevens is het al geruime tijd vaste rechtspraak dat de ondernemingsraad procesbevoegdheid toekomt wanneer hij procedeert ter vervulling van een hem wettelijk opgedragen taak of toegekende bevoegdheid.4 In de literatuur wordt aangenomen dat de ondernemingsraad procesbevoegdheid toekomt indien en voor zover zijn vordering er op is gericht te bereiken dat de ondernemer of de rechtspersoon verplichtingen nakomt die op grond van de wet jegens hem bestaan. De ondernemingsraad kan derhalve in rechte optreden wanneer dat van belang en wenselijk is voor een doelmatige vervulling van de taak die de WOR hem toekent.5 Valt de ondernemingsraad als belanghebbende aan te merken, dan kan hij op grond van art. 282 Rv ook een verweerschrift indienen en zich voegen in een reeds geëntameerde enquêteprocedure. Volgens lid 4 van die bepaling mag dat verweerschrift een zelfstandig verzoek bevatten, mits dit betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijk verzoek. Zo heeft bijvoorbeeld de ondernemingsraad van de Koninklijke ERU Kaasfabriek BV een verweerschrift ingediend met tegenverzoeken en dit is door de OK ontvankelijk verklaard.6 De ondernemingsraad kan als belanghebbende op grond van lid 4 tevens om onmiddellijke voorzieningen vragen.7 Voorts kan de ondernemingsraad van een structuurvennootschap door de OK worden opgeroepen in een verzoekschriftprocedure waarin de raad van commissarissen bezwaar maakt tegen een door de ondernemingsraad aanbevolen kandidaat.8
Zou de ondernemingsraad het enquêterecht toegekend krijgen dan ontstaat daarmee overigens een wettelijke basis waardoor de formele bezwaren verband houdende met de procesbevoegdheid automatisch vervallen.