Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.5.4:3.4.3.5.4 Opzet op het ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.5.4
3.4.3.5.4 Opzet op het ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS572327:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor heb ik mij afgevraagd waar het opzet in het in art. 69a AWR strafbaar gestelde opzettelijk ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting op moet zijn gericht. De strafkamer van de Hoge Raad heeft zich hier nog niet over uitgelaten.
De strafbepaling van art. 69a AWR is nagenoeg gelijkluidend aan de fiscale boetepaling van art. 67f AWR. In het fiscale boeterecht moet het opzet in deze laatstgenoemde bepaling, zoals in de vorige paragraaf uiteengezet, zien op onjuiste interpretatie of toepassing van het belastingrecht. Deze kleuring van het opzet kan als volgt worden beredeneerd. Bij aangiftebelastingen vloeit de verplichting om de verschuldigde belasting te betalen, zoals hiervoor in de paragrafen 3.2.2.2 en 3.2.3 uitgewerkt, voort uit de wet. De belastingplichtige moet aan de hand van zijn belastingaangifte uit eigen beweging de door hemzelf berekende belastingschuld betalen. In verband met deze betalingsverplichting kan het noodzakelijk zijn dat een belastingplichtige het belastingrecht interpreteert en toepast, niet alleen ten behoeve van de berekening van de belastingschuld, maar ook voor de beantwoording van de vraag of hij inderdaad wel belastingplichtig is en voor de beantwoording van de vraag of zich belastbare feiten hebben voorgedaan. In dit opzicht verschilt een belastingplichtige die de juiste belastingschuld moet betalen niet van een belastingplichtige die een juiste belastingaangifte moet doen: beiden kunnen om aan hun verplichting te voldoen zijn genoodzaakt om het belastingrecht te interpreteren en toe te passen. Op grond hiervan is het gerechtvaardigd dat het opzet op het ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting, of dat het opzet in art. 67f AWR is of het opzet in art. 69a AWR, in navolging van het opzet op het doen van een onjuiste aangifte ook op onjuiste interpretatie of toepassing van het belastingrecht ziet.
Hierna ga ik er daarom vanuit dat het opzet in art. 69a AWR ook op de onjuiste interpretatie of toepassing van het belastingrecht moet zijn gericht.