Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/4.4.2:4.4.2 De beoordeling van het pleitbaar standpunt verweer in de fiscale strafjurisprudentie
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/4.4.2
4.4.2 De beoordeling van het pleitbaar standpunt verweer in de fiscale strafjurisprudentie
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS568703:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met name in HR 13 november 2001,NJ 2002/221, ECLI:NL:HR:2001:AD4466, r.o. 4; HR 8 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR3719, r.o. 3.6.4; HR 6 maart 2012, NJ 2012/176, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596, r.o. 7.3-7.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beide kamers van de Hoge Raad lijken het pleitbaar standpunt verweer te beschouwen als een verweer dat is gericht tegen het bewijs van het opzet. De strafkamer van de Hoge Raad denkt, zoals in de volgende paragrafen zal blijken, echter anders over de invloed van het pleitbare standpunt op de vaststelling van het opzet dan de belastingkamer van de Hoge Raad.
De strafkamer van de Hoge Raad heeft zich tot nu toe slechts in enkele arresten over het pleitbaar standpunt verweer uitgelaten.1 Als gevolg hiervan bestaan over de behandeling van het pleitbaar standpunt verweer in het fiscale strafrecht meer onzekerheden dan in het fiscale boeterecht. Dit is terug te vinden in de behandeling van het pleitbaar standpunt verweer door de strafrechter in feitelijke instantie die hierna in paragraaf 4.4.2.3 wordt besproken.
4.4.2.1 Behandeling van het pleitbaar standpunt verweer door de strafkamer van de Hoge Raad4.4.2.2 Uitwerking van de pleitbaar standpunt jurisprudentie van de strafkamer van de Hoge Raad4.4.2.3 Behandeling van het pleitbaar standpunt verweer door de strafrechter in feitelijke instantie