Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.7
8.2.7 Voortzetting van lopende overeenkomsten
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband ook het voorstel van de Engelse regering om in het kader van de hervorming van het Engelse insolventierecht een doorleveringsverplichting voor essentiële leveranciers in te voeren; Insolvency Service A Review of the Corporate Insolvency Framework, May 2016, p. 19-22.
Vgl. artikel 37 Fw.
Zie in het kader van faillissement T.T. van Zanten, De overeenkomst in het insolventierecht, diss. Groningen 2012, Kluwer, 2012 en F.M.J. Verstijlen, De betrekkelijke continuïteit van het contract binnen faillissement, in: W.M.J. van Andel en F.M.J. Verstijlen, Materieel faillissementsrecht: de Peeters/Gatzen-vordering en de overeenkomst binnen faillissement (preadvies Vereniging van Burgerlijk Recht), Kluwer, 2006. Zie voor inspiratie voor een mogelijk nieuwe regeling onder meer ook de Legislative Guide on Insolvency Law Part I and II (2004) van de United Nationals Commission on International Trade Law (de “UNCITRAL Legislative Guide”), te vinden op www.uncitral.org, p. 119-135 en J.J. van Van Hees, Overeenkomsten en faillissement: een onvolkomen regeling, in: Overeenkomsten in insolventie, Serie Onderneming en Recht deel X, Kluwer, 2012.
De behandeling van lopende overeenkomsten in het kader van een pre-insolventieakkoordtraject is een belangrijk onderwerp. Het grootste deel van de waarde van een onderneming ligt vaak niet besloten in de individuele activa, maar in de contracten van de onderneming. De mogelijkheid lopende overeenkomsten in tact te laten en daaraan uitvoering te kunnen blijven geven, raakt direct aan de mogelijkheid van de schuldenaar om het bedrijf te kunnen voortzetten. In het kader van insolventie moet de schuldenaar waardevolle contracten kunnen behouden (en deze daartoe kunnen nakomen) en zich van belastende overeenkomsten kunnen ontdoen, in beide gevallen zonder dat dit ten koste gaat van de legitieme belangen van de contractspartij.1
Onder een “lopende overeenkomst” versta ik een overeenkomst waaronder zowel van de schuldenaar als van de wederpartij nog prestaties verschuldigd zijn.2 Overeenkomsten waaraan één van de partijen reeds volledig uitvoering heeft gegeven, vormen in beginsel geen probleem. Heeft de schuldenaar de door hem verschuldigde prestaties reeds volledig voldaan, dan kan hij zonder meer nakoming van zijn contractspartij vorderen. Heeft de contractspartij de door haar verschuldigde prestaties reeds volledig voldaan, dan zal de schuldenaar zijn tegenoverstaande verplichtingen aan de contractspartij moeten voldoen al dan niet in aangepaste of gereduceerde vorm als onderdeel van het akkoord.
De behandeling van lopende overeenkomsten in het kader van een pre-insolventieprocedure vergt nadere studie en uitwerking.3 Een diepgaande behandeling van dit onderwerp past niet binnen het bestek van dit boek dat zich primair tot doel stelt een rechtvaardigingsgrondslag en een raamwerk op hoofdlijnen te ontwikkelen. Over de behandeling van lopende overeenkomsten volsta ik in dit boekdan ook met enkele initiële observaties op hoofdlijnen. In deze paragraaf maak ik enkele opmerkingen over de voortzetting van lopende overeenkomsten. In de volgende paragraaf maak ik enkele opmerkingen over de beëindiging ervan.
In het kader van de mogelijkheid tot voortzetting van lopende overeenkomsten, sta ik kort stil bij de volgende deelonderwerpen: i) de mogelijkheid van een contractspartij om een contractuele beëindigingsgrond in te roepen die inwerking treedt bij het enkele aanbieden of tot stand komen van een akkoord (ipso facto en change of control bepalingen), ii) de mogelijkheid van een contractspartij om een wettelijk opschortings- of ontbindingsrecht in te roepen op grond van de enkele omstandigheid dat de schuldenaar in staat van insolventie verkeert en de mogelijke onzekerheid die dit met zich brengt over het vermogen van de schuldenaar om zijn toekomstige verplichtingen te kunnen nakomen, en iii) de mogelijkheid van een contractspartij om een wettelijk opschortings- of ontbindingsrecht in te roepen wegens verzuim van de schuldenaar in de nakoming van verplichtingen die vóór het inleiden van het akkoordtraject zijn ontstaan.
8.2.7.1 Ipso facto en change of control clausules8.2.7.2 Opschorting wegens onzekerheid over toekomstige nakoming8.2.7.3 Opschorting wegens verzuim in eerdere verplichtingen