De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.3.1:4.3.1 Inleiding
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS384084:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het stemrechtloze aandeel is in het BV-recht een nieuwe rechtsfiguur. Naast de invoering daarvan in art. 2:228 lid 5 BW verandert er een aantal andere bepalingen in Boek 2 BW. Daarnaast is het de vraag is of het stemrechtloze aandeel een andere uitleg van reeds bestaande bepalingen met zich mee brengt. Deze onderwerpen staan in deze paragraaf centraal. Achtereenvolgens worden besproken de berekening van meerderheden en quora (art. 2:24d BW), het begrip ‘dochtermaatschappij’ (art. 2:24a BW), het begrip ‘groepsmaatschappij’ (art. 2:24b BW), het begrip ‘deelneming’ (art. 2:24c BW), het begrip ‘afhankelijke maatschappij’ (art. 2:63a, 2:152 en 2:262 BW), de uitzondering op het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 5 BW, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Wet toezicht trustkantoren (Wft), de faillissementspauliana (art. 42 Fw), het begrip ‘in overwegende mate bij machte’ in Boek 1 BW, publiekrechtelijke wetgeving, overige wijzigingen in de wet en – tot slot – het overgangsrecht.