Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.3.5
6.3.5 Rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412096:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 11 juli 1996, nr. C-306/94, BNB 1997/38 (Régie Dauphinoise).
Zie bijvoorbeeld G.J. van Norden, Het concern in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 115, A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de btw, Deventer: Kluwer 2009, blz. 184, Dennis Ramsdahl Jensen en Henrik Stensgaard, ‘The Distinction between Direct and General Costs with Regard to the Deduction of Input VAT – the Case of Acquisition, Holding and Sale of Shares’, World Tax Journal February 2012.
HvJ EG 29 oktober 2009, nr. C-29/08, BNB 2010/251, r.o. 33 (AB SKF).
Zie I.F. Molenaar, ‘De zaak AB SKF: antwoorden of nog meer vragen?’, BtwBrief 2009/37, Ad van Doesum, Herman van Kesteren en Gert-Jan van Norden, ‘Share disposals and the Right of Deduction of Input VAT’, EC Tax Review 2010/2, blz. 64 en conclusie A-G Van Hilten bij HR 2 december 2011, nr. 42 863, V-N 2011/66.21, punt 6.8. e.v.
De derde mogelijkheid om handelingen met betrekking tot aandelen binnen de reikwijdte van de btw te verrichten, bestaat wanneer deze handelingen het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk vormen van de belastbare activiteit van de houdster. Het verlengstukcriterium werd eerst geïntroduceerd door het Hof van Justitie in het arrest Régie Dauphinoise.1 Uit dit arrest is veelal opgemaakt dat het verlengstukcriterium dient om handelingen die buiten de werkingssfeer van de btw plaatsvinden alsnog binnen die werkingssfeer te brengen als gevolg van de nauwe band tussen deze handelingen en de belastbare activiteit van een belastingplichtige.2
Uit het arrest AB SKF volgt echter dat de verkoop van een deelneming door een houdster die zich mengt in het beheer van deze deelneming en deze inmenging bovendien gepaard laat gaan met aan de btw onderworpen handelingen, kan worden aangemerkt als het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteit van de moedermaatschappij, mits de verkoop verdergaat dan de enkele verkoop van aandelen en bijvoorbeeld gericht is op het herstructureren van een groep vennootschappen.3
Zoals ik reeds opmerkte in paragraaf 6.3.4, wekte deze rechtsoverweging enige verbazing omdat menigeen ervan uitging dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie tot het arrest AB SKF zo moest worden uitgelegd dat een dergelijke verkoop op zichzelf kon worden aangemerkt als een economische activiteit en de verlengstukgedachte hiervoor derhalve niet noodzakelijk is.4
Om de implicaties van deze overweging uit het arrest AB SKF in kaart te brengen ga ik hieronder eerst in op de betekenis van de verlengstukgedachte zoals deze voortvloeit uit (eerdere) jurisprudentie van het Hof van Justitie. Zoals in paragraaf 3.4 duidelijk is geworden, moet immers steeds kennis worden genomen van de gehele ‘stapel’ van rechtspraak die de rechtsnorm vormt. Teneinde vast te stellen wat de functie is van het verlengstukcriterium in het bepalen of handelingen inzake effecten binnen of buiten de werkingssfeer van de btw plaatsvinden, kijk ik nader naar de mogelijke motieven van het Hof van Justitie om de toepassing van de verlengstukgedachte ook in de omstandigheden die zich in het arrest AB SKF voordeden noodzakelijk te achten. Op dit punt ga ik ervan uit dat de verkoop van een deelneming door een moeiende houdster die de hoedanigheid van belastingplichtige heeft inderdaad een handeling is die op zichzelf belastbaar is.
6.3.5.1 Het arrest Régie Dauphinoise6.3.5.2 Het arrest Harnas & Helm6.3.5.3 Het arrest Floridienne-Berginvest6.3.5.4 Het arrest EDM6.3.5.5 Het arrest NCC6.3.5.6 Het arrest AB SKF6.3.5.7 Conclusie met betrekking tot het verlengstukcriterium