Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.4:3.4.3.4 De plaats van het bestanddeel opzet in de delictsomschrijving
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.4
3.4.3.4 De plaats van het bestanddeel opzet in de delictsomschrijving
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571155:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1878/79, 110, 3 (MvT), p. 45: “terwijl met gelijke zorg de plaats is gekozen, die het woord opzettelijk in elke zinsnede inneemt, in dier voege dat het, waar het gebezigd wordt, steeds de gehele omschrijving beheerscht van het strafbare feit, zooals die daarna volgt.” Brouns 2006, p. 935; De Hullu 2015, p. 221-222.
De Hullu 2015, p. 221-222.
HR 21 november 1938, B. 6825; HR 23 februari 1982, NJ 1982/647, r.o. 6; HR 26 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2493, r.o. 3.5-3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de samenstelling van het Wetboek van Strafrecht heeft de wetgever bewust voor de plaats van het opzet in de delictsomschrijvingen gekozen. Hij heeft hierbij als uitgangspunt gehanteerd dat opzet betrekking heeft op alle bestanddelen die na het woord opzet in de delictsomschrijving zijn opgenomen.1
Een zogenoemd geobjectiveerd bestanddeel is een bestanddeel dat aan het opzetvereiste is onttrokken. Dit bestanddeel moet nog steeds worden bewezen, maar het opzet hoeft daar niet op te zijn gericht. Het strafrecht kent geen algemene regels om te bepalen wanneer een bestanddeel moet zijn geobjectiveerd. Een bestanddeel kan zijn geobjectiveerd door de plaatsing van dat bestanddeel vóór het opzetvereiste, maar de objectivering kan ook zijn gebaseerd op de wetsgeschiedenis.2 De in de delictsomschrijving van art. 69 lid 2 AWR opgenomen voorwaarde dat het feit, het doen van de onjuiste aangifte, ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, vormt, ook al is die voorwaarde ná het bestanddeel opzet in de delictsomschrijving geplaatst, een geobjectiveerd bestanddeel. Dit houdt in dat het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte weliswaar tot onjuiste belastingheffing moet kunnen leiden, maar dat het opzet niet op die onjuiste belastingheffing hoeft te zijn gericht.3 In paragraaf 3.5 wordt hier op teruggekomen.