Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.11.1
7.11.1 Overzicht van de criteria
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 69.
Re Canning Jarrah Timber Co (Western Australia) Ltd [1900] 1 Ch 708; Re Expro International Group plc [2008] EWHC 1543 (Ch).
Re Kempe v Ambassador Insurance Co [1998] 1 WLR 271; re Hawk Insurance Company Ltd [2001] EWCA Civ 241.
Re TDG plc [2009] 1 BCLC 445; Re Telewest Comunications Ltd (No 2) [2004] EWHC 1466 (Ch).
“It must be satisfied that (…) the class (…) was fairly represented by those who attended the meeting, and the statutory majority are acting bona fide and not coercing the minority in order to promote interests adverse to those of the class they purport to represent.”
“An intelligent and honest person, a member of the class concerned and acting in respect of his own interests, might reasonably approve the scheme.”
“There must be no blot on the scheme.”
Indien alle klassen het akkoord met de vereiste meerderheid hebben aangenomen, is de rechter bevoegd het verzoek tot homologatie (sanctioning) van het akkoord in behandeling te nemen.
Iedere partij die daarbij belang heeft, kan tegen de homologatie van het akkoord bezwaar maken. Dat kunnen aandeelhouders, crediteuren, maar ook derden zijn.1 Indien de rechter een bezwaar gegrond acht, kan hij behalve homologatie weigeren ook de homologatiezitting aanhouden en bevelen dat het akkoord opnieuw aan de betrokken crediteuren wordt voorgelegd of bevelen dat het akkoord op onderdelen wordt aangepast als voorwaarde voor homologatie.2 De rechter kan daarbij echter alleen kennelijke misslagen (“obvious mistakes”) corrigeren. Hij heeft geen bevoegdheid om de materiële inhoud van het akkoord te wijzigen en partijen daarmee te binden aan een regeling waarmee zij niet bij meerderheidsbesluit hebben ingestemd.3
Bij het beantwoorden van de vraag of het akkoord voor homologatie in aanmerking komt, toetst de rechter of:4
aan alle wettelijke vereisten is voldaan;
de aanwezigen tijdens de vergadering de desbetreffende klasse eerlijk hebben vertegenwoordigd (“fairly represented”) en de meerderheid bona fide heeft gehandeld en de minderheid niet heeft onderdrukt om eigen belangen te bevorderen die botsen met de belangen van de klasse (“fairness test”);5
een eerlijk en integer persoon die handelt in zijn eigen belang redelijkerwijs met de commerciële inhoud van het akkoord zou instemmen;6 en
het akkoord niet “besmet” is (geen “blot”).7
Vergelijkt men deze criteria met die van Chapter 11, dan moet men voor ogen houden dat de Engelse rechter een scheme alleen mag homologeren indien het akkoord is aangenomen, dat wil zeggen: indien alle klassen vóór hebben gestemd. De Engelse rechter kan het akkoord niet homologeren indien één of meer klassen het akkoord hebben verworpen. Onder de Engelse regeling bestaat geen cram down bevoegdheid. De criteria voor homologatie van een scheme zijn dan ook alleen zinvol te vergelijken met de Amerikaanse criteria voor confirmation van een consensual plan, waarvan de belangrijkste de best interests test en de feasilibity test zijn.