Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.11.3:7.11.3 Fairly represented
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.11.3
7.11.3 Fairly represented
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
UDL Argos Engineering & Heavy Industries Co Ltd v Li Oi Lin & ors [2001] HKEC 1440; Re Chevron (Sydney) Ltd [1963] VR 249; Re British Aviation Insurance [2005] EWHC 1621 (Ch); Re Wedgwood Coal & Iron Co (1877) 6 Ch. D. 627 Ch D; Re Landmark Corporation Ltd [1968] 1 NSWR 759; Re BTR Plc [2000] 1 B.C.L.C. 740; Re PrimaCom Holdings GmbH v Credit Agricole [2011] EWHC 3746 (Ch); [2013] B.C.C. 201. Zie ook J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 74-77.
Re British Aviation Insurance Co Ltd [2005] EWHC 1621 (Ch); re TDG Plc [2008] 2334 (Ch).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechter moet niet alleen nagaan of de klassen juist zijn samengesteld en de vereiste meerderheden zijn gehaald, maar ook of de stemuitkomst een eerlijke weerspiegeling (“fair reflection”) vormt van de opvattingen van de desbetreffende klasse. Dit ziet met name op belangenvermenging bij stemgerechtigden waarbij de belangen waardoor het stemgedrag is ingegeven, significant afwijken van of niet representatief zijn voor de belangen van de klasse. Andere belangen die het stemgedrag beïnvloeden dan de belangen die verband houden met de rechten van de soort van de desbetreffende klasse, worden aangeduid als collateral interests. Collateral interests kunnen zich bijvoorbeeld voordoen indien een crediteur belangen houdt in meerdere klassen (cross-holdings) en zijn stemgedrag in de ene klasse niet dient ter bevordering van zijn belangen als lid van die betreffende klasse maar louter ter bevordering van zijn belangen als lid van een andere klasse. De rechter mag stemmen buiten beschouwing laten van stemgerechtigden wier stemgedrag is ingegeven door persoonlijke of bijzondere belangen en daardoor niet redelijkerwijs representatief (“fairly representative”) is voor de opvatting van de klasse als geheel.1
Het enkele feit dat er een lage opkomst is en slechts een klein deel van de crediteuren in de stemming participeert, vormt op zichzelf geen reden om aan te nemen dat de klasse niet “fairly represented” is.2