De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.4.1:3.4.1 Rücktritt (ontbinding)
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.4.1
3.4.1 Rücktritt (ontbinding)
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374382:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hirsch 2013, p. 137.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
133. Contractspartijen kunnen op grond van §349 BGB de overeenkomst ontbinden als zij het recht daartoe contractueel hebben voorbehouden of als de wet dat recht toekent. §323 BGB bepaalt dat ontbinding (Rücktritt) is toegestaan bij onjuiste of niet-nakoming. Op grond van §346 BGB moeten na ontbinding de reeds uitgevoerde prestaties ongedaan worden gemaakt. Ontbinding is een eenzijdige rechtshandeling, nu de overeenkomst wordt ontbonden door een daartoe strekkende verklaring aan de wederpartij.1 Het recht tot ontbinding is een Gestaltungsrecht, omdat het aan de contractspartij het recht geeft om de contractuele verbintenis om te zetten in een ongedaanmakingsverbintenis.