Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.5.6
2.5.6 Argumenten ontleend aan de literatuur
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS572321:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Geppaart 1965, p. 77-79, J.B.M. Vranken, Asser Algemeen deel **, Deventer: Kluwer 1995, p. 110, Feteris 2014, p. 422. Dit is bijvoorbeeld anders in de Duitse jurisprudentie.
Hof Leeuwarden 31 oktober 1986, V-N 1987/2559, 3; Hof ’s-Gravenhage 17 maart 1987, FED 1987/360, r.o. 7; Hof Amsterdam 26 februari 1999, gepubliceerd in BNB 2000/196, r.o. 6.3 (een uitspraak na verwijzing); Hof Amsterdam 20 augustus 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AJ6870, r.o. 5.19; Hof Amsterdam 1 maart 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5340, r.o. 28-30; Hof ’s-Hertogenbosch 30 mei 2005, gepubliceerd in BNB 2007/274, r.o. 4.5; Hof ’s-Hertogenbosch 1 maart 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4338, r.o. 4.10. Ook in het Besluit bestuurlijke boeten wordt sinds 1998 opgemerkt dat een standpunt in die mate juridisch pleitbaar of verdedigbaar is, (dat MK) gelet op de stand van de jurisprudentie en de doctrine,… belanghebbende redelijkerwijs kan menen juist te handelen, Besluit van 19 december 1997, AFZ97/4578, toelichting bij para 25, VN 1998/3.4.
J.E.A.M. van Dijck in zijn noot onder BNB 1988/319, onder 12: “Niet iedere ooit wel eens in de literatuur verdedigde mening kan men als pleitbaar beschouwen”, M.W.C. Feteris in zijn noot onder BNB 2004/75, onder 11. Anders: J.E.A.M. van Dijck die in zijn noot onder BNB 1987/311, onder 3 voor de verdedigbaarheid van het standpunt van de belastingplichtige in de desbetreffende zaak naar zijn eigen annotatie verwijst.
Haas 2015, p. 27.
Geppaart 1965, p. 78: “Men kan de Nederlandse jurisprudentiële practijk op dit punt ook aldus formuleren dat de mening van een individuele schrijver in het algemeen zonder betekenis is doch dat slechts de door hem voor zijn mening gegeven motivering van gewicht is.” Vergelijk Asser/Vranken 1995, p. 117.
Zojuist heb ik laten zien dat argumenten die aan het pleitbare standpunt ten grondslag kunnen liggen, voort moeten komen uit dezelfde bronnen en methoden die de rechter gebruikt om zijn beslissing over het belastinggeschil te nemen. De literatuur is, hoewel zij een belangrijke inspiratiebron voor de rechters vormt, geen bron waar rechterlijke beslissingen over het belastinggeschil mee worden onderbouwd.1
Toch wordt door de belastingrechter in feitelijke instantie voor de onderbouwing van het oordeel dat een standpunt pleitbaar is regelmatig naar de literatuur verwezen.2 Uit de verwijzingen naar de literatuur volgt naar mijn mening echter niet dat een standpunt pleitbaar is omdat het in de literatuur is ingenomen,3 of dat een standpunt niet pleitbaar is omdat het in de literatuur niet is terug te vinden.4 Niet de literatuur zelf, maar de argumenten uit het recht en de jurisprudentie die in de literatuur zijn bijeengebracht maken het standpunt pleitbaar.5