Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.5:6.5 Is het mogelijk een beperkt recht op een gedeelte van een grondstuk te hebben?
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.5
6.5 Is het mogelijk een beperkt recht op een gedeelte van een grondstuk te hebben?
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS483097:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het bovenstaande is besproken dat het mogelijk is een beperkt recht op een gedeelte van een grondstuk te vestigen. Een andere (hiervan te onderscheiden) vraag is: is het ook mogelijk om een beperkt recht op een gedeelte van een grondstuk te hebben?
In de literatuur is hier weinig over geschreven. In de Parlementaire Geschiedenis heb ik slechts twee passages (beide met betrekking tot het recht van erfpacht) kunnen vinden, die hieromtrent iets zeggen.
“Is eenmaal met toestemming van de eigenaar de erfpacht op een of meer delen van de zaak overgedragen, dan staat het beding aan volgende overdrachten van de erfpacht op de onderscheidene delen niet in de weg, mits daarbij geen verdere splitsing plaatsheeft.”1
In de laatste zin wordt gesproken van de overdracht van ‘de erfpacht op een of meer delen van de zaak’. Een vergelijkbare formulering treft men aan in de Memorie van Toelichting bij lid 3 van art. 5:89 BW:
“In het wetsontwerp is de bepaling, dat na een overdracht – hetzij van de erfpacht op de gehele zaak of een deel daarvan, hetzij van een onverdeeld aandeel in de erfpacht op de gehele zaak of een deel daarvan – de verkrijger hoofdelijk met de overdrager voor reeds verschenen termijnen van de canon aansprakelijk is.”2
Struycken bespreekt deze vraag in zijn dissertatie wel, maar beantwoordt hem niet:
“Het is naar geldend recht zonder twijfel mogelijk om een deel van een stuk grond te bezwaren met een beperkt goederenrechtelijk recht. Zodra de vestigingsakte aan de bewaarder van de openbare registers wordt aangeboden, wordt het perceel op basis van de omschrijving in de akte kadastraal gesplitst in twee afzonderlijke percelen, een ter grote van het gedeelte dat met het beperkt recht is bezwaard, en een voor het overige. De kadastrale registratie volgt de juridische situatie door de splitsing te administreren. Onduidelijk is of de vestiging van een beperkt recht op een deel van een perceel grond ook de goederenrechtelijke splitsing van die grond in twee afzonderlijke eigendomsrechten tot gevolg heeft.”3
In het begin van dit hoofdstuk is uiteengezet dat de eigendomsgrens van een grondstuk daar ligt, waar de rechtstoestand wijzigt. De vestiging van een beperkt recht op een gedeelte van een grondstuk brengt een verandering in de rechtstoestand met zich. Door deze wijziging, wordt het onderliggende eigendomsrecht gesplitst. Dit betekent dat het wél mogelijk is een beperkt recht te vestigen op een gedeelte van een grondstuk, maar het is niet mogelijk een beperkt recht te hebben op een gedeelte van een grondstuk. Door de vestiging, wordt het onderliggende eigendomsrecht gesplitst waardoor het beperkte recht rust op een geheel eigendomsrecht.