Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.1.3:6.1.3 Het begrip ‘erf’
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/6.1.3
6.1.3 Het begrip ‘erf’
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS481899:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvA II, PG Boek 5, p. 123.
Zie tevens: J.G. Gräler, Mandeligheid, (bewerkte uitgave diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2007, p. 160.
Zie tevens: A.S. Hartkamp, Compendium van het vermogensrecht voor de rechtspraktijk, Deventer: Kluwer 2005, p. 214 en Asser/Mijnssen, Van Velten en Bartels 5* 2008/131.
TM, PG Boek 5, p. 245-246.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ploeger stelt dat het begrip erf zich onderscheidt van het begrip ‘perceel’, nu een perceel kort gezegd een administratief begrip is, terwijl het begrip ‘erf’ de eigendomsgrens bepaalt. In de Parlementaire Geschiedenis is gesproken over de betekenis van het begrip ‘erf’:
“Het woord “erf”, naar de betekenis waarvan in het voorlopig verslag is gevraagd, heeft in het ontwerp de betekenis van “grondstuk”, waarbij zowel aan land- als aan waterpercelen moet worden gedacht, en inclusief eventuele op het grondstuk staande opstallen. Uit de redaktie van artikel 5.6.1 lid 1 blijkt dat deze term daar ook een opstal, los van de grond kan omvatten (zie memorie van toelichting bij dat artikel). De ondergetekende meent dat het niet wenselijk is de term “erf” in het ontwerp nader te omschrijven. In de bepalingen waarin dit woord wordt gebruikt blijkt de betekenis ervan voldoende duidelijk, zodat aan een zodanige beschrijving geen behoefte bestaat.”1
Uit deze opmerking in de Parlementaire Geschiedenis blijkt dat het begrip ‘erf’ niet zo zeer als synoniem voor het begrip ‘perceel’ wordt gebruikt, als wel voor het begrip ‘onroerende zaak’.2 Het kan derhalve, behalve op grondstukken, ook zien op gebouwen of werken die middels een opstalrecht verzelfstandigd zijn.3 Meijers stelt dit uitdrukkelijk in zijn Toelichting bij art. 5.6.1. betreffende de erfdienstbaarheden:
“Het dienende erf is niet steeds een stuk grond, het kan ook een opstal zonder de grond zijn. (…) Hetzelfde geldt voor het heersende erf.”4
Omdat de term ‘onroerende zaak’ ruimer is dan alleen grond, zal ik de term ‘grondstuk’ bezigen om een zakenrechtelijke eenheid van grond (c.q. in het platte vlak) aan te geven.