Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.17
4.6.17 Bilaterale overeenkomsten
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304052:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 20 lid 3 Richtlijn energiebelastingen (voorheen: art. 2bis lid 3 Structuurrichtlijn minerale oliën).Art. 2 lid 2 Tweede vereenvoudigingsrichtlijn. Art. 2 lid 6 Wa. Kamerstukken II 1995/96, 24 463, nr. 8, p. 2-3.
De genoemde GN-codes zijn de codes met ingang van 1 oktober 1994. Zie artikel 2 Structuurrichtlijn minerale oliën, per 1 januari 2004 vervangen door artikel 2 Richtlijn energiebelastingen.
De vergunninghouder moet maandelijks een overzicht verstrekken van de afgeleverde hoeveelheden minerale oliën. Het verstrekken van dit overzicht moet als voorwaarde in de vergunning worden opgenomen. Het overzicht, uitgesplitst naar afnemer en land van bestemming wordt door tussenkomst van het Belastingdienst/Douane Informatie Centrum te Rotterdam (DIC) als renseignement voor controledoeleinden aan de lidstaat van bestemming gezonden. De van de vergunninghouders ontvangen opgaven worden door het DIC maandelijks verzonden aan de autoriteiten in België, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk. De opgaven die het DIC ontvangt uit België, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk worden ten behoeve van de controle op de afnemers van de energieproducten aan de douanedistricten gezonden.Zie voor de elementen van de vergunning in Nederland: Besluit staatssecretaris van 27 mei 1998, nr. VB98/1197, mededeling 38. Paragraaf 16.2.1.5 LA.
Uit hoofde van bilaterale overeenkomsten kunnen de lidstaten voor sommige of alle accijnsgoederen afzien van sommige of alle in de Accijnsrichtlijn genoemde controlemaatregelen voor zover voor deze goederen geen tarief is vastgesteld. Dergelijke overeenkomsten hebben geen gevolgen voor de lidstaten die er geen partij bij zijn. Ook kunnen de lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten tot het achterwege laten van AGD’n in het intracommunautair verkeer van energieproducten die worden gebruikt anders dan als motorbrandstof of als brandstof voor verwarming en waarvoor geen tarief is vastgesteld (fictieve energieproducten). Een vergunninghouders van een belastingentrepot kan dan machtiging worden verleend om het administratief belastingentrepot achterwege te laten voor deze energieproducten voor zover deze worden verzonden naar een (ander) belastingentrepot, GB of NGB in een andere lidstaat. Al deze bilaterale overeenkomsten worden gemeld aan de EC, die de andere lidstaten van het bestaan ervan op de hoogte stelt.1
Nederland heeft met België, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk (VK) overeenkomsten gesloten op grond waarvan aan vergunninghouders van een belastingentrepot vergunning kan worden verleend om voor de GN-codes 2707 10 90 (benzol), 2707 20 90 (toluol), 2707 30 90 (xylol), 2707 50 91, 2707 50 99 (andere mengsels van aromatische koolwaterstoffen), 2710 00 21, 2710 00 25, 2710 00 59 (aardolie en olie uit bitumineuze mineralen die in bulk worden vervoerd), 2901 10 90 (verzadigde acyclische koolwaterstoffen), 2902 20 90 (benzeen), 2902 30 90 tolueen), 2902 41 00 (o-xyleen), 2902 42 00 (m-xyleen), 2902 43 00 (p-xyleen) en 2902 44 90 (mengsels van xyleenisomeren)2 het AGD te vervangen door een vrachtdocument. Op dat document moet worden vermeld dat vergunning werd verleend om het AGD achterwege te laten.3