Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.4:4.6.4 Vergunning
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.4
4.6.4 Vergunning
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS296828:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de invordering van de accijnsschuld op termijn te waarborgen, moet toezicht kunnen worden uitgeoefend in productie- en opslagbedrijven.1 Daarom is vereist, dat de vervaardiging, de verwerking of het voorhanden hebben van accijnsgoederen onder schorsing van accijns uitsluitend mag plaatsvinden in een belastingentrepot waarvoor een vergunning is afgegeven door de lidstaat waar dit entrepot gelegen is.2 De eigenaar van het belastingentrepot dient aan enkele welomschreven verplichtingen te voldoen en is onderworpen aan strikte controles, teneinde te waarborgen dat de accijnsschuld te gelegener tijd zal worden voldaan.3 Behalve de vergunninghouder van een belastingentrepot kunnen ook het GB en het NGB van de schorsingsregeling gebruik maken, zij het met beperkingen.
De schorsing eindigt wanneer de accijns verschuldigd wordt doordat de goederen het gesloten stelsel van onderling verbonden belastingentrepots door middel van de uitslag tot verbruik verlaten. Ook eindigt de schorsing wanneer buiten de schorsingsregeling om wordt gehandeld, of wanneer tijdens het vervoer onregelmatigheden of overtredingen zijn begaan. Er is dan óók sprake van uitslag tot verbruik, ter gelegenheid waarvan de accijns terstond verschuldigd wordt om te vermijden dat accijnsgoederen de heffing ontgaan.4