Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.22
4.6.22 EWS, SEED, SIPA, MVS, EMCS en CLIENT
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS302891:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2b UB Accijns.
Art. 3 lid 6 UB Accijns.
Art. 42 onderdeel a UB Accijns. Deze overtreding wordt bestraft met een geldboete van de derde categorie. Art. 70 lid 1 AWR.
Zie ook: Toepassing EWS en visering administratief geleidedocumenten na ontvangst, Directie Douane, afdeling doelgroepmanagement, Besluit van de staatssecretaris van 6 januari 2000, nr. 99/74/4746 (Mededeling 1).
Art. 19 lid 6 jo. art. 15ter Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 12 lid 1 onderdeel a Wa.
Als bedoeld in art. 12 lid 2 Wa.
Als bedoeld in art. 31 Wa.
Art. 2b lid 1 UB Accijns. Art. 3 lid 5 UR Accijns.
Art. 2b lid 2 UB Accijns. Art. 19 lid 1 tweede alinea Accijnsrichtlijn.
Art. 2b lid 3 UB Accijns.
Art. 3 lid 6 UB Accijns.
Aan SEED kleven diverse mankementen. Zie: Verslag van de EC aan het EP en de Raad – Verslag over de tenuitvoerlegging van het Fiscalis-programma (1998-2002), COM(2003)678 def.. De uitwisseling van informatie wordt gehinderd door het niet volgen van gemeenschappelijke standaarden, gebrek aan harmonisatie van accijnsnummers en informatie, traagheid van het verzendsysteem AFIS en de problemen bij de integratie van de nationale systemen. Aldus worden niet alle diensten waarop gehoopt was geleverd, noch aan de nationale fiscale autoriteiten, noch aan marktdeelnemers.Sommige overheidsdiensten gebruiken liever fax en elektronische berichtensystemen voor de uitwisseling van gegevens. Ondanks deze tekortkomingen draagt SEED volgens de lidstaten bij tot de verbetering van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten en tot de fraudebestrijding.
De in het kader van het Fiscalis-programma gefinancierde studie naar de haalbaarheid van EMCS heeft zeer gunstige resultaten opgeleverd, die ten grondslag liggen aan de voorstellen van de EC betreffende de informatisering op accijnsgebied, COM(2001)466.
Het Early Warning System (EWS) ofwel het Système d’information préalable en matière d’accises (SIPA), is een systeem waarbij, ingeval accijnsgoederen onder schorsing van accijns worden overgebracht:
1 naar een andere lidstaat1; of
2. naar een derde land via het grondgebied van een andere lidstaat2, de douane van de lidstaat van vertrek voorafgaand aan deze overbrenging daarvan op de hoogte wordt gebracht door de vergunninghouder uit wiens belastingentrepot de goederen zullen vertrekken. Het waarschuwingssysteem stelt de douaneautoriteiten in staat eventuele onregelmatigheden in een vroeg stadium te constateren, waardoor eerder en sneller kan worden ingegrepen, en waardoor ook een mogelijke volgende onregelmatigheid kan worden voorkomen. Het niet voldoen aan de verplichtingen inzake het EWS is een strafbaar feit.3
De douaneautoriteit van de lidstaat van vertrek kan dan – op basis van een risicoanalyse – besluiten de douaneautoriteit van de lidstaat van bestemming over deze overbrenging te informeren.4 Deze is dan in staat om op korte termijn te controleren of de accijnsgoederen ook daadwerkelijk op de plaats van bestemming zijn aangekomen.
Een dergelijke steekproefsgewijze uitwisseling van informatie tussen de lidstaten vindt haar basis in de Accijnsrichtlijn.5 Indien gewenst kan door de douaneautoriteit van de lidstaat van bestemming op basis van deze informatie worden overgegaan tot een fysieke controle van de accijnsgoederen op het moment van aankomst.
In het Accijnscomité zijn de lidstaten overeengekomen, dat (1) het EWS toepassing vindt op de overbrenging van sigaretten, niet-gedenatureerde alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22%vol, en ethylalcohol, nietgedenatueerd (EWS-goederen), (2) elke zending die bestemd is voor een andere lidstaat moet worden gemeld aan de douane van de lidstaat van vertrek. De lidstaten hebben de vrijheid om hiervan af te wijken, (3) de zendingen die zijn bestemd voor een derde land (uitvoer) eveneens aan de douane van de lidstaat van vertrek moeten worden gemeld voor zover het douanekantoor van waaruit de goederen de Gemeenschap zullen verlaten is gelegen in een andere lidstaat dan die van vertrek, (4) de lidstaten bepalen op welke wijze zij de informatie van de belanghebbende wensen te ontvangen. Bij voorkeur geschiedt dit met behulp van een kopie van het AGD dat ten behoeve van dat vervoer wordt opgemaakt. Andere middelen van communicatie, zoals e-mail, zijn niet uitgesloten, (5) op basis van risicoanalyse de lidstaat van vertrek bepaalt welke meldingen worden doorgegeven aan de lidstaat van bestemming, en (6) de communicatie tussen de lidstaten verloopt via centrale meldpunten.
De vergunninghouder is verplicht kennisgeving te doen van de door hem te verrichten overbrengingen van (1) overige alcoholhoudende producten (gedistilleerde dranken)6, voor zover het betreft de producten van GN-code 2207, niet-gedenatureerde ethylalcohol, en van GN-code 2208, voor zover het betreft de producten met een alcoholgehalte van meer dan 22%vol en met uitzondering van de samengestelde alcoholische preparaten van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken, (2) overige alcoholhoudende producten (gedistilleerde dranken)7, voor zover het betreft producten met een alcoholgehalte van meer dan 22%vol, en (3) sigaretten8
naar een andere lidstaat onder schorsing van accijns.9
De kennisgeving moet plaatsvinden door toezending of overlegging aan de inspecteur van een kopie van een van de exemplaren van het AGD dat ten behoeve van de overbrenging is opgemaakt.10 De kennisgeving moet de voorziene datum en tijdstip van vertrek van de goederen bevatten. Een uur voordat met de overbrenging van de accijnsgoederen wordt aangevangen moet de kennisgeving door de inspecteur zijn ontvangen.11 Deze termijn stelt de douaneautoriteit in staat de douaneautoriteit van de lidstaat van bestemming voor de aankomst van de goederen aldaar van de overbrenging op de hoogte te stellen.
Het EWS werkt, zoals gezegd, ook bij uitvoer, overbrengingen naar een derde land, voor zover de goederen worden uitgevoerd over het grondgebied van een andere lidstaat en voor zover de overbrenging dient te worden aangetoond met een administratief AGD. Het EWS werkt dus niet wanneer goederen vanuit een lidstaat het grondgebied van de EG zullen verlaten. Het EWS werkt dus evenmin als de goederen worden vervoerd met gebruikmaking van de communautaire regeling douanevervoer of als het goederen betreft die vanuit een taxfree shop door een reiziger worden meegevoerd naar een derde land. In beide gevallen blijft het gebruik van het AGD achterwege.12
Het EWS zal vóór 16 juni 2009 zijn vervangen door het Excise Movement and Control System (EMCS), een real time digitaal geïntegreerd computersysteem betreffende het verkeer van en de controle op accijnsgoederen. Ook worden de SEED-, SIPA- en MVS-systemen ondergebracht in het EMCS.13 Het EMCS brengt 80.000 ondernemers met elkaar in contact via de nationale douaneautoriteiten met het oog op de verwerking van gegevens over het verkeer van accijnsgoederen.14 Met het digitaliseren van administratieve verplichtingen, het informeren van de douaneautoriteiten voorafgaand aan het vertrek van het vervoer van accijnsgoederen onder schorsing, het op de voet volgen van de accijnsgoederenbewegingen, het uitvoeren van gerichte controles, en het uitwisselen van gegevens tussen de lidstaten, wordt met het EMCS een sterk verbeterd toezicht beoogd op het intracommunautair vervoer van accijnsgoederen.
Het doel van het EMCS is het papieren AGD te vervangen door volledig digitale communicatie en controle en de accijnsfraude te reduceren.
Het EMCS zal de goede werking van de interne markt bevorderen door (1) vereenvoudiging van het vervoer van accijnsgoederen door digitale overdracht van de verplichte gegevens van het geleidedocument in plaats van papieren documenten, (2) beveiliging van het vervoer van accijnsgoederen door de controle van de gegevens van de verzender en de goederen voorafgaand aan de verzending en een snellere en zekerder terugontvangst van het bewijs dat de goederen de geadresseerde hebben bereikt, en (3) het voordurend waarnemen van vervoersbewegingen van accijnsgoederen door directe informatie en gerichte controles tijdens het vervoer.
Het EMCS is van toepassing op alle communautaire accijnzen (de accijnzen van alcoholhoudende, energie- en tabaksproducten), ten behoeve van al degenen die deze onder schorsing van accijns voorhanden hebben.
Het ministerie van LNV (directie Industrie en Handel), de Belastingdienst/Douane, de Gemeenschappelijke Beheer Organisatie (verantwoordelijk voor het beheer en de verdere ontwikkeling van een aantal overheidsbrede ICT-voorzieningen (GBO.Overheid)) en het agrobedrijfsleven werken samen in het project CLIENT. CLIENT (Controles op Landbouwgoederen bij Import en Export naar een Nieuwe Toekomst) werkt met een ICT-systeem, dat tot doel heeft administratieve en logistieke processen bij import en export van landbouwgoederen te verbeteren met onder meer nationale en internationale elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten en agrobedrijven.
CLIENT draagt zo bij aan een efficiëntere, effectievere organisatie en uitvoering van grenscontroles op landbouwgoederen en afgifte van exportcertificaten. Afstemming van informatiestromen en controleprocessen kan bij alle overheids- en marktpartijen onnodige lasten en vertragingen voorkomen. Vanuit de Rotterdamse haven kwam het eerst de vraag om grenscontroles efficiënter te maken. LNV nam de uitdaging aan om overheidsorganisaties beter met elkaar en met partijen uit het bedrijfsleven te laten samenwerken. Buitengrensinspecties vallen deels onder verantwoordelijkheid van LNV. Het betreft controles op dierlijke en plantaardige producten en beschermde uitheemse dier- en plantensoorten. Het ministerie ondersteunt harmonisatie en vereenvoudiging in de uitvoering van regelgeving, omdat dit bijdraagt aan economische groei en een verbeterde concurrentiepositie. Lastenverlichting, efficiëntere processen en een beter presterende overheid passen bovendien bij de doelstellingen van het overheidsbrede programma Andere Overheid. Op verzoek van het bedrijfsleven richtte CLIENT zich allereerst op verbetering van importprocessen en -systemen.
Conventionele (papieren) documenten zijn gedigitaliseerd, met onder meer een systeem van elektronische vooraanmelding. Verbetering van importprocessen en - systemen is een feit. Aan verbetering van processen en systemen voor exportcertificering wordt verder gewerkt. Afhankelijk van de sector verloopt 50-99% van de importzendingen via het systeem van elektronische vooraanmelding. De betrokken diensten bepalen met CLIENT-informatie vroegtijdig hun inspecties en het bedrijfsleven stemt de logistiek nauwkeurig af op de status van de zending. Het samenwerkingsverband is er met CLIENT in geslaagd veel partijen bij de overheid en het bedrijfsleven intensief en duurzaam te laten samenwerken aan één samenhangend doel. Automatisering is daarbij slechts een hulpmiddel. Naast tijdswinst en vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven neemt hiermee de betrouwbaarheid van de certificering door Nederland in belangrijke mate toe. Het programma heeft in het kader van de tweejaarlijkse eEurope Awards van de Europese vakjury een Good practice-label ontvangen, als voorbeeld van goed eGovernment.