Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.6.8
4.6.8 Alternatief bewijs
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS300514:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 18 en 19 Accijnsrichtlijn.
In art. 15 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Kamerstukken II 1991/92, 22 697, nr. 5, p. 9-10.
Als bedoeld in art. 19 lid 5 Accijnsrichtlijn of art. 2a lid 5 UB Accijns.
Art. 20 lid 3 Accijnsrichtlijn. Vgl. art. 86a lid 3 Wa, dat op art. 20 lid 3 Accijnsrichtlijn is gebaseerd.
HvJ EG 12 december 2002, nr. C-395/00, Distillerie Fratelli Cipriani SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 2002, p. I-11877, r.o. 51-54.
HvJ EG 23 maart 2000, nrs. C-310/98 en C-406/98, Hauptzollamt Neubrandenburg vs. L. Labis, werkend onder de handelsnaam Przedsiebiorstwo Transportowo-Handlowe 'Met-Trans' (C-310/98) en Sagpol SC Transport Miedzynarodowy i Spedycja (C-406/98), Jur. 2000, p. I-01797, r.o. 24-29.
Recentelijk bevestigd in: HR 1 december 2006, nr. 40.716, LJN AT8954, r.o. 3.2.4.
Indien het AGD zoek raakt, niet wordt terugontvangen of wordt terugontvangen zonder de benodigde aftekening, is niet aan de voorwaarden voldaan met als gevolg dat de accijns verschuldigd wordt. Onverminderd de voorwaarden kan de aansprakelijkheid van de verzender van de accijnsgoederen pas vervallen door middel van het bewijs dat de geadresseerde de goederen overneemt, met name op basis van het AGD onder de bijbehorende voorwaarden.1 De woorden met name2 bieden ruimte voor het leveren van bewijs door de verzender met behulp van andere middelen dan een door geadresseerde afgetekend AGD.3 Deze ruimte is niet afhankelijk van de omstandigheid dat de erkend entrepothouder de voorziene kennisgeving4 tijdig heeft gedaan.
De ontvankelijkheid van bewijsmiddelen dient in dergelijke gevallen te worden beoordeeld aan de hand van nationaal procesrecht. De Accijnsrichtlijn bepaalt immers dat ten genoegen van de bevoegde fiscale autoriteit dient te worden aangetoond dat de handeling regelmatig was.5 Gegeven het feit dat de heffing en de invordering verlopen naar het nationale recht van de lidstaten, heeft het begrip aantonen hier nog geen uniforme communautaire betekenis. In het Cipriani-arrest (2002) staat het HvJ EG alternatief bewijs toe in een geval van overbrenging van accijnsgoederen naar een derde land, waarin het derde exemplaar van het AGD valselijk was afgetekend.6
Voor het douanerecht heeft het HvJ EG in het arrest-Labis en Sagpol (2000) ten aanzien van tegenbewijs beslist dat een tegenbewijsregeling niet tot bepaalde bewijsmiddelen is beperkt, indien zulks niet uitdrukkelijk is bepaald.7 Als de verzender dus kan aantonen dat de accijnsgoederen metterdaad door de geadresseerde zijn overgenomen, zal niet tot heffing van accijns worden overgegaan.8