De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.4.6:4.5.4.6 De betrokken overheid
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.5.4.6
4.5.4.6 De betrokken overheid
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949304:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2022/23, 31 296, nr. 669, p. 6-7 (Kabinetsreactie IBO “Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid”).
Kamerstukken II 2022/23, 29 614, nr. 169, p. 4-5 (Kamerbrief over de voortgang van de beleidsagenda informeel onderwijs) en Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium (Stb. 2023, 212).
Kamerstukken II 2022/23, 32 600 VII, nr. 246 (Kabinetsreactie Onderwijsraadadvies ‘Grenzen stellen, ruimte laten’), p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds 2022 geeft minister Wiersma aan dat het funderend onderwijs geen afstandelijke overheid nodig heeft, maar een betrokken overheid die naast alle onderwijsprofessionals staat. Die overheid moet dichtbij zijn om te helpen, maar niet hun taken naar zich toetrekken.1 Wel is het aan de overheid om stevig toezicht te houden. Zo kan de minister sinds kort snel ingrijpen bij bijvoorbeeld aanwijzingen van wanbeheer.2 Daarnaast is het streven van de minister dat de huidige abstracte wettelijke normen geconcretiseerd worden tot ‘glasheldere doelen’.3 Zo kan de Inspectie in de toekomst bijvoorbeeld ook scherper toezicht gaan houden op de leskwaliteit, ondersteuning en begeleiding van leerlingen en de instructie die de leerlingen ontvangen. Wiersma wil dan ook met regelgeving en beleidsregels van de Inspectie dieper gaan treden in de pedagogische autonomie van het bevoegd gezag en in het verlengde daarvan de autonomie van de leraar. Overheidstoezicht zou zich in de toekomst tevens ook moeten gaan uitstrekken over het informeel onderwijs.4 Het is nog te vroeg om vast te stellen of deze visie van een betrokken overheid stand zal houden.