De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.5.1.2:4.5.1.2 Het gerechtshof en de bijzondere beroepsinstanties in bestuurszaken
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.5.1.2
4.5.1.2 Het gerechtshof en de bijzondere beroepsinstanties in bestuurszaken
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174205:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7753, NJ 2011, 12.
De bevoegdheid tot rechtspraak op deze terreinen is in diverse wetten geregeld (art. 30 jo. art. 30b Wet RvS). Zo kan een belanghebbende bij de ABRvS beroep instellen tegen een besluit op grond van de Wet milieubeheer (art. 20.1 Wm). Ook de CRvB en het CBb ontlenen hun bevoegdheid tot rechtspraak op afgebakende terreinen aan meerdere wetten.
Kamerstukken II 2009-2010, 32 450, nr. 3, p. 16-17. Zie ook Barkhuysen & Claessens 2012, p. 91.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het gerechtshof worden zaken behandeld door een meervoudige kamer, behoudens wettelijke uitzonderingen. De wet laat gerechtshoven weinig vrijheid om zaken in een enkelvoudige kamer te beoordelen en beslissen. In de onderstaande gevallen is dat wel mogelijk.
Civiele zaken
Het gerechtshof treedt in beginsel steeds meervoudig op (art. 16, eerste lid, Rv), de werkzaamheden van de rolrechter daargelaten (art. 344 Rv). Het hof kan een civiele zaak voor behandeling, beoordeling en beslissing naar de enkelvoudige kamer verwijzen, als aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan. Het moet dan ten eerste gaan om een zaak die naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verwijzing naar een enkelvoudige kamer, ten tweede om een zaak op het terrein van het personen- en familierecht (Boek 1 BW) aanhangig is gemaakt, en ten derde om een zaak waarover in eerste aanleg niet door een meervoudige kamer is beslist. Als de enkelvoudige kamer een zaak ongeschikt acht voor behandeling door één raadsheer, verwijst deze terug naar de meervoudige kamer (art. 16, tweede lid, Rv).
Strafzaken
Strafzaken in hoger beroep kunnen volgens artikel 411, tweede lid, Sv in de volgende gevallen door een enkelvoudige kamer worden behandeld:
indien het gaat om een vordering tot verlenging van de gevangenhouding,
of:
indien de zaak naar het aanvankelijke oordeel van het Openbaar Ministerie eenvoudig van aard is en de verdachte in eerste aanleg een straf of maatregel is opgelegd, en tevens
de zaak in eerste aanleg door de kantonrechter of de politierechter is behandeld, waarbij de verdachte niet een gevangenisstraf van meer dan zes maanden is opgelegd.
De alleensprekende raadsheer in hoger beroep heeft dezelfde bevoegdheden als de voorzitter van de meervoudige kamer (art. 425, eerste lid, Sv). Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting wijst deze rechter hetzij onmiddellijk, hetzij diezelfde dag mondeling arrest (art. 425, tweede lid, Sv). De unus kan verwijzen naar de meervoudige kamer als een zaak naar zijn oordeel ongeschikt is om enkelvoudig te worden behandeld en beslist (art. 411, derde lid, 3 Sv). De Hoge Raad oordeelde in 2010 dat de kwalificatie ‘ongeschikt voor behandeling en beslissing door een enkelvoudige kamer’ ook geldt voor gevallen waarin de kantonrechter of de politierechter een gevangenisstraf van meer dan zes maanden heeft opgelegd. Als een zaak niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 411, tweede lid, Sv (zie boven) en deze desondanks bij de enkelvoudige strafkamer van het hof is aangebracht, dan dient de unus naar de meervoudige kamer te verwijzen.1
Bestuurszaken
Hoger beroep in bestuurszaken wordt behandeld door een van de vier daartoe bevoegde gerechten: het gerechtshof, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), de Centrale Raad van Beroep (CRvB) of het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).2
Zaken die bij een andere bestuursrechter dan de rechtbank aanhangig worden gemaakt, worden behandeld door een meervoudige kamer (art. 8:10a Awb). Indien een zaak naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door één rechter, kan zij deze verwijzen naar een enkelvoudige kamer. Als een zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling door één rechter, verwijst zij deze naar een meervoudige kamer. De meervoudige kamer, behalve die van een gerechtshof, kan een zaak onder omstandigheden ook verwijzen naar een zogeheten grote kamer (zie het vervolg).
Het gerechtshof behandelt het hoger beroep ingesteld tegen vonnissen in belastingzaken (art. 60, eerste lid, Wet RO). Het gerechtshof behandelt ook het beroep tegen uitspraken van de kantonrechter over verkeersboetes (art. 14 en 16 Wahv). Dit gebeurt in enkelvoudige kamers, tenzij de voorzitter van de kamer de zaak niet vatbaar acht voor enkelvoudige afdoening. Dan verwijst hij naar een meervoudige kamer.
De ABRvS behandelt het beroep ingesteld tegen besluiten van bestuursorganen inzake ruimtelijke ordening en milieu en het hoger beroep tegen uitspraken van de bestuursrechter in eerste aanleg, voor zover een van de andere bestuursrechtelijke beroepsinstanties daartoe niet bevoegd is.3 De ABRvS spreekt recht in meervoudige en enkelvoudige kamers (art. 42, eerste lid, Wet RvS). De CRvB behandelt zaken in beroep en hoger beroep in geschillen onder meer op het terrein van de sociale zekerheid en in ambtenarenzaken (art. 1 Beroepswet). Het CBb oordeelt in beroep en hoger beroep over zaken aangaande mededinging en telecommunicatie en als tuchtrechter (art. 2 Wbbo). De Beroepswet en Wbbo bevatten geen bepalingen over behandeling van zaken in meervoudige en enkelvoudige kamer.
Sinds 2013 kunnen zaken die aanhangig zijn bij een van de bijzondere beroepsinstanties in bestuurszaken (de ABRvS, de CRvB en het CBb) worden verwezen naar een ‘grote kamer’, die bestaat uit vijf leden die deel uitmaken van de drie rechtscolleges. De leden van de grote kamer zijn tevens plaatsvervanger in de andere rechtscolleges, waardoor er geen competentieproblemen ontstaan. Alleen een meervoudige kamer van een bijzondere beroepsinstantie waarbij een zaak aanhangig is, kan besluiten tot verwijzing. Dit gebeurt ‘indien haar dit met het oog op de rechtseenheid en rechtsontwikkeling geraden voorkomt’ (art. 8:10a, vierde lid, Awb). Het gaat hierbij om zaken waarin de rechtsvraag ook van belang is voor de andere bijzondere beroepsinstanties in bestuurszaken en de rechtsvraag niet eerder eenduidig is beantwoord. Te denken valt aan vragen van algemeen bestuurs(proces)recht, internationaal of Europees recht of vragen op het grensvlak van bestuursrecht en een ander rechtsgebied.4 Beoogd is dat door de behandeling van zaken in een grote kamer als het ware kruisbestuiving tussen de hoogste bestuursrechters plaatsvindt, waar de rechtseenheid bij gebaat kan zijn. Ook door het karakter en belang van de college-overstijgende zaken en het gewicht van een grote kamer worden haar uitspraken van belang geacht voor de rechtsontwikkeling.5 De grote kamer behandelt slechts incidenteel zaken.