De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/10.4:10.4 Waardering van de zaakstoedeling
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/10.4
10.4 Waardering van de zaakstoedeling
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174195:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De respondenten van de enquête waren ten tijde van het afnemen van de enquête afdelingsvoorzitter of anderszins leidinggevende. Hun antwoorden zijn niet per definitie representatief voor alle rechters in hun afdeling. Niettemin is de respondenten gevraagd naar de opvattingen over zaakstoedeling die leven binnen de eigen gerechtsafdeling, omdat hun antwoorden op zijn minst een indicatie geven.
De wijze van zaakstoedeling is volgens 42 van de 60 respondenten eens onderwerp van gesprek geweest binnen hun gerechtsafdeling. Volgens de overgrote meerderheid van de afdelingsvoorzitters waren de rechters van hun afdeling tevreden over de manier waarop zaken aan de enkelvoudige of meervoudige kamer worden toebedeeld. Ook zouden de rechters menen dat zaken voldoende vaak meervoudig worden behandeld. Zelf stonden de afdelingsvoorzitters daar kritischer tegenover: twintig van de 62 respondenten meenden dat zaken vaker meervoudig zouden moeten worden afgedaan. Deze twintig waren vooral te vinden in de afdelingen familie (negen) en straf (zeven). De bespiegeling van een familierechter:
‘Ik vraag me af of met de keuze om in beginsel uit te gaan van unusrechtspraak voor de eerste lijn er niet een aantal belangrijke aan meervoudige behandeling vastzittende voordelen van opleiding, deskundigheidsontwikkeling, ontwikkeling van en reflectie op professionele attitude en bejegening voor met name ervaren rechters onbedoeld overboord zijn gezet.’
Een strafrechter noemde het huidige systeem van zaakstoedeling grofmazig, met name waar het zaken betreft die niet direct eenvoudig van aard zijn en waarin de te verwachten gevangenisstraf tussen de zes en twaalf maanden bedraagt – de zogeheten ‘politierechter-plus-zaken’. Ze gaf aan dat waar de wet voorschrijft: ‘meervoudig tenzij’ het OM dit vaak interpreteert als: ‘enkelvoudig tenzij’. Een andere strafrechter meldde dat het OM geneigd is alleen naar de te verwachten strafeis te kijken en daardoor politierechter-plus-zaken zonder enig voorbehoud als enkelvoudig aan te merken. Verscheidene respondenten bemerkten dat meervoudige zaken nog vaak ‘afgewaardeerd’ worden tot politierechterzaken. Voor veel met name beginnende politierechters zijn dergelijke zaken een crime. Volgens een respondent van een grote strafafdeling biedt het OM vaker dan vroeger meervoudige zittingen aan, waardoor de zwaardere politierechterzaken van voorheen nu meervoudig worden behandeld. De respondent schreef dat het voor veel officieren van justitie moeilijk is om aan deze nieuwe praktijk te wennen: zij hebben vaak het gevoel dat te veel lichte zaken meervoudig worden behandeld.
Een afdelingsvoorzitter handel merkte op dat ‘helaas door capaciteitsgebrek het meervoudig zitten/wijzen anders dan vroeger nog maar in een kleine minderheid van de zaken voorkomt.’ Uit een oogpunt van opleiding en intervisie vond hij frequentere meervoudige behandeling gewenst. Vanuit de bestuursafdeling zijn de minste klachten vernomen. Een afdelingsvoorzitter van een grote rechtbank meldde dat er door een tekort aan rechters vaker enkelvoudige zittingen zijn dan hij wenselijk vindt. Bovendien lopen de zaken die per se meervoudig moeten worden afgedaan daardoor vertraging op.