Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.7.2:7.7.2 Financiële verslaggeving
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.7.2
7.7.2 Financiële verslaggeving
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS344300:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.G. Groeneveld, Marktwaarde in discussie, in VERA/NCD-bundel, blz. 97.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er ligt een kloof tussen het economisch denken en de boekhoudkundig geïnspireerde praktijk van de financiële verslaggeving. Veel is terug te voeren op de bekende tegenstelling tussen het 'economie' versus het 'accounting'-concept of profit. In de economische benadering zou het vermogen van een onderneming moeten worden gemeten in termen van toekomstige winstpotentie/netto kasstromen. De registratiebeginselen daarentegen laten voor de jaarrekening het vermogen als saldering van bezittingen (activa) en schulden (passiva) meten.
Maar wat te doen met waardeveranderingen van eenmaal geactiveerde bedragen zoals bijvoorbeeld immateriële activa? Op den duur is moeilijk vol te houden dat in een grijs verleden gekochte merken en uitgaverechten op de balans staan, terwijl wat over een nog langere periode in eigen beheer wordt gekweekt niet mag worden geactiveerd. Er blijft derhalve een duidelijke discrepantie bestaan tussen de cijferopstelling van de jaarrekening enerzijds en de bedrijfseconomische waardebenadering van de onderneming anderzijds.
Zo vraagt Groeneveld1 zich in zijn bijdrage 'Marktwaarde in discussie' stoutmoedig af of een balans zonder bedragen zelfs niet de voorkeur zou moeten verdienen boven een balans waarvan:
de daarop voorkomende bedragen (te) gemakkelijk met waarde worden geïdentificeerd;
de totaaltelling per slot van rekening de heterogeniteit van de afzonderlijke posten maskeert achter de uniformiteit van de ene gelddimensie;
de causaliteit die de tijdsbrug slaat tussen ontvangsten en uitgaven een slechts arbitrair op te lossen toerekeningsprobleem in zich bergt.
Groeneveld wijst er tevens op dat in zijn ogen de toerekening van de marktwaarde van de onderneming aan de marktwaarde van individuele productiefactoren als een nutteloze bezigheid kan worden beschouwd.
Het congres van VERA /NCD heeft ten aanzien van een deel van de problemen die naar voren zijn gebracht 'communis opinio' laten zien. In het bijzonder gaat het hierbij om de immateriële activa. Daaromtrent is vastgesteld dat 'het pleidooi om deze te activeren alle steun verdient'. Over de waardering hiervan (marktwaarde of vervangingskosten) zijn de meningen toch enigszins verdeeld gebleven.