Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.7.4:7.7.4 Waarderingsgrondslagen in de jaarrekening; een praktijkvoorbeeld
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.7.4
7.7.4 Waarderingsgrondslagen in de jaarrekening; een praktijkvoorbeeld
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS345516:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot nog toe is in dit hoofdstuk relatief theoretisch gesproken over de diverse waarderingsgrondslagen van activa en passiva (in de jaarrekening). Maar voor het verkrijgen van een algeheel inzicht in de waarderingsproblematiek is het zinvol een praktijkvoorbeeld nader onder de loep te nemen. Als voorbeeld dient het jaarverslag 1995 van Philips Electronics N.V. Daarbij komt het hierboven reeds gememoreerde begrippenkader aan de orde.
Voor de immateriële activa wordt de aanschafwaarde of de contante waarde van de verwachte opbrengsten (mits deze lager is) gehanteerd. Het gaat hierbij om muziekcatalogi en catalogi van auteursrechten, filmrechten en theater-productierechten. Deze worden afgeschreven indien — en voor zover — de contante waarde van de verwachte opbrengsten van de verworven catalogi lager is dan hun boekwaarde.
Bij verwerving van deelnemingen waarbij de overnamemethode wordt toegepast, wordt het meerdere van de verwervingskosten boven de actuele waarde van de verkregen identificeerbare activa onder aftrek van passiva als goodwill geactiveerd.
De goodwill wordt volgens de lineaire methode afgeschreven over de geschatte economische levensduur, tot een maximum van 40 jaar. Vervolgens wordt per balansdatum de goodwill opnieuw beoordeeld op basis van de verwachtingen ten aanzien van de toekomstige kasstromen en van het totale bedrijfsresultaat.
Ingeval een duurzame waardevermindering van de vaste activa optreedt, wordt het verlies ten laste van het resultaat gebracht.
Geconsolideerde deelnemingen worden gewaardeerd op nettovermogenswaarde; niet-geconsolideerde daarentegen op verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde.
Overige financiële vaste activa (met uitzondering van leningen) worden opgenomen tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde; uitgegeven leningen echter op basis van de nominale waarde (onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid).
Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere netto-opbrengstwaarde.
De marktwaarde van langlopende schulden wordt geschat op basis van de marktnotering van bepaalde uitgiftes, of op grond van een analyse van de contant gemaakte kasstromen, gebaseerd op de marginale rentetarieven voor gelijksoortige leningen met vergelijkbare voorwaarden en looptijden.
Afboekingen ter zake van duurzame waardeverminderingen worden bij de materiële activa afzonderlijk vermeld.
Een duidelijk voorbeeld derhalve van een jaarrekening waarbij de historische kostenmethode centraal staat met overigens partieel toepassing van de minimumwaarderingsregel.