Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.6.1:2.13.6.1 Uitspraak bundesverfassungsgericht ESM
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.6.1
2.13.6.1 Uitspraak bundesverfassungsgericht ESM
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BverfG 12 september 2012, 2 BvR 1390/12, r.o. 149. De verklaring betreffende het Europees Stabiliteitsmechanisme gedaan door de vertegenwoordigers van de verdragsluitende lidstaten, 27 september 2012, zie: https://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/132615.pdf.
BverfG 12 september 2012, 2 BvR 1390/12, r.o. 150-156. Zie verder paragraaf 4.3.6.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inwerkingtreding van het ESM-verdrag liep vertraging op omdat het Duitse constitutionele hof, het Bundesverfassungsgericht, een oordeel moest geven over de vraag of het ESM-verdrag in strijd was met de Duitse Grondwet. De Duitse rechter was van oordeel dat het ESM-verdrag niet in strijd was met de Duitse Grondwet en specifiek niet met het budgetrecht, mits er een voorbehoud zou worden gemaakt bij het ESM-verdrag over de interpretatie van een aantal bepalingen. Naar aanleiding van de uitspraak is er een verklaring ondertekend door alle verdragsluitende lidstaten. Deze verklaring is bindend voor alle verdragspartijen en daarom ook relevant voor Nederland. In de verklaring is ten eerste opgenomen dat artikel 8 van het ESM-verdrag zo moet worden gelezen dat het ESM geen hogere geldelijke verplichting kan opleggen aan de lidstaten dan reeds neergelegd in het verdrag zonder dat elke lidstaat hiermee heeft ingestemd en met behoud van de nationale procedures.1 In de tweede plaats is er in de verklaring opgenomen dat artikel 32 lid 5, dat bepaalt dat alle officiële documenten van het ESM onschendbaar zijn, artikel 34, dat een geheimhoudingsplicht behelst voor de leden van de organen van het ESM en artikel 35 lid 1, dat de volledige juridische immuniteit van deze personen garandeert, geen beletsel kunnen vormen voor informatieverstrekking aan de nationale parlementen wanneer de nationale wetgeving dit vereist.2