Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.4.i:i. De ‘som der delen’
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.4.i
i. De ‘som der delen’
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS477353:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus B. Dam, ‘De doelstelling van de ruilverkaveling in de ruilverkavelingswetgeving’, p. 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wij naderen de afronding van dit vergelijkende (deel)onderzoek. De inhoud van de in het navolgende onderdeel te bespreken conclusie van deze ontdekkingstocht lijkt zich al af te tekenen: kavelruil en verdeling lijken weliswaar op elkaar (er worden enkele – woordelijk – gelijkluidende begrippen gehanteerd, in beide regelingen is zowel vrije wil als dwang aanwezig en de notariële akte vormt in beide gevallen de leveringsformaliteit), maar van een echte bloedverwantschap kan niet worden gesproken (hooguit van aanverwantschap), vooral vanwege het ontbreken van het ‘gemeenschapseiement’ en het verschil tussen de declaratieve verdeling en de transiatieve kavelruil. Juridisch-technisch gezien lijkt er in belangrijke mate sprake te zijn van ‘incompatibilité des humeurs
De navolgende passage uit de literatuur schetst de door mij aangetroffen situatie op treffende wijze:
Zo is bijvoorbeeld bij boedelscheiding van een erfenis een indeling van de boedel in kavelingen mogelijk van gelijke waarde, welke kavelingen dan vervolgens door verloting aan de rechthebbenden worden toegedeeld, terwijl de mogelijkheid bestaat daarna die kavelingen onder elkaar te ruilen (art. 1125 en 1126 BW). Toch zal niemand in dit geval van een ruilverkaveling spreken. Allereerst al niet omdat ruil hier niet een doel is, doch slechts een mogelijkheid om zoveel mogelijk aan ieders wensen tegemoet te komen. Maar belangrijlter is, dat het begrip ruilverkaveling in de loop van de tijd is geijkt tot een bepaalde herverdelingsprocedure ten aanzien van onroerend goed en dan nog wel speciaal toepasselijk in de landbouw.”1
De auteur slaat hier de spijker op zijn kop: er zijn wel degelijk civielrechtelijke dwarsverbanden tussen de verdeling en de kavelruil/herverkaveling aanwezig, maar het eigen karakter van de landinrichtingsinstrumenten en de afwezigheid van enkele kernelementen van de rechtsfiguur verdeling binnen de kaders van de kavelruil/ herverkaveling staan aan een volledige gelijkschakeling in de weg.