Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.4.h
h. ‘Houden onder dezelfde titel’ versus titelzuivering
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS472448:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:186 lid in BW. Zie tevens A.J.M. Nuytinck, ‘De rechtspositie van de executeur naar oud en geldend erfrecht, alsmede het rechtskarakter van de verdeling’, p. 49.
M.J.A. van Mourik, Verdeling in de notariële praktijk, p. 47.
Zie M.J.A. van Mourik, Gemeenschap, p. 96.
M.J.A. van Mourik, Verdeling in de notariële praktijk, p. 47.
Zie tevens M.J.A. van Mourik, ‘Boedelscheiding zonder levering, in het bijzonder bij onroerend goed’, p. 892.
O.g.v. art. 82, lid 2 WILG. Zie voor de fiscale implicaties van de titelzuivering nader grenspost 2, hfdst. 11, onderdeel B.3.b.
Hof Den Bosch 14 augustus 2000, ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6864, r.o. 4.3. Zie over deze uitspraak tevens grenspost 2, hfdst. 11, onderdeel B.3.b.
Zoals wij hiervoor in onderdeel 3 zagen is de kavelruil in zekere zin ook als species van het genus ruil te beschouwen, waardoor er een ‘dubbele bodem’ onder de kavelruil gelegd is. Een combinatie van ruil en verdeling derhalve.
De verdeling is, zoals hiervoor in onderdeel b omschreven, compleet indien en zodra de levering ter uitvoering van de verdeling heeft plaatsgevonden, 1 Daarmee zijn de juridische implicaties van de verdeling echter nog niet compleet. De aan de levering ten grondslag liggende titel is weliswaar bekend: die is immers de verdeling. Maar, zoals Van Mourik stelt, ontstaat door de effectuering van de verdeling een (volgend) titelprobleem, dat veroorzaakt wordt door artikel 3:186 lid 2 BW.2 Artikel 3:186 lid 2 BW houdt in dat hetgeen een deelgenoot verkrijgt, door hem onder dezelfde titel gehouden wordt als waaronder de deelgenoten dit tezamen voor de verdeling hielden.3 Met het woord ‘titel’ wordt niet gedoeld op de titel van de verkrijging, maar op de titel van het bezit dat door de verkrijging ontstond.4 Volgens artikel 3:186 lid 2 BW wordt de titel op grond waarvan de zaak in de onverdeeldheid terecht is gekomen, aan de verkrijger toegerekend.5
De ‘voorafgaande’ titel blijft na de verdeling derhalve in stand. Vergeleken met de rechtsfiguur herverkaveling ontstaat hier een discrepantie tussen de verdeling en de ruil/herverkaveling: op grond van de hierna in onderdeel 5 te bespreken titelzuiverende werking, die aan de akte van herverkaveling wordt toegekend, 6 vindt een algehele rechtsvemieuwing plaats: alle voorgaande titels verdwijnen en de herverkaveling zorgt, als originaire verkrijging, voor een nieuwe titel, zijnde herverkaveling. Op dit punt brengt de mogelijke kwalificatie van de herverkaveling als verdeling in goederenrechtelijke zin derhalve een moeilijkheid met zich mee: er bestaan alsdan twee in de basis onverenigbare systemen naast elkaar, het ‘houden onder dezelfde titel’ ex artikel 3:186 lid 2 BW en de titelzuivering ex artikel 82, lid 2 WILG. Dat dit echter geen juridische complicaties met zich brengt, blijkt uit een uitspraak van het Hof Den Bosch uit 2000, alwaar het Hof als volgt overweegt:
‘Belanghebbendes stelling dat artikel 3:186, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek aan de zogenoemde titelzuivering in de weg staat deelt het Hof niet, nu met betrekking tot het al dan niet zuiveren van de titel artiltel 208, lid 2 (Landinrichtingswet, JR) voomoemd heeft te gelden als een lex specialis op de algemene regel van artikel 3:186, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, (onderstreping door mij, JR)."7
Titelzuivering als ‘specialis’ van de ‘generalis’ uit 3:186 lid 2 BW. Het Hof heeft hiermee een mogelijk interne strijd tussen beide bepalingen op voorhand en op efficiënte wijze geneutraliseerd.
Zou, deze lijn doortrekkend, de verdeling als (rechts)bron waaraan artikel 3:186 lid 2 BW is ontsproten, niet kunnen worden gezien als lex generalis en de herverkaveling als lex specialis? Een dergelijke benadering lijkt de sleutel te zijn waardoor de in de voorgaande onderdelen ontwaarde puzzelstukken op hun plaats kunnen vallen. Specialis-generaiis in plaats van een enigszins krampachtige poging tot het ‘persen’ van de herverkaveling in het verdeiingskeursiijf. Geen absorberende werking van de verdeling, maar een parallel systeem waarbij de herverkaveling, door haar eigen rechtshistorie en rechtsontwikkeling, reeds van aanvang af een eigen juridische weg is ingeslagen, waardoor er nog wel enige dwarsverbanden tussen beide rechtsfiguren te trekken zijn, maar er van een echte variant op de verdeling niet gesproken kan worden. De herverkaveling als ‘stiefzus’ van de verdeling derhalve.
Voor kavelruil geldt zoals hierna in onderdeel 5.d zal blijken, de titelzuivering niet, zodat er op dit punt geen sprake is van twee (mogelijk) conflicterende systemen. Wei kan naar mijn mening ook op de kavelruil de species-genusgedachte in beginsel worden toegepast, waardoor ook de kavelruil als species van het genus verdeling kan worden beschouwd, 8