Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.4.0:9.3.4.0 Inleiding
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.4.0
9.3.4.0 Inleiding
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362995:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De paragrafen 9.3.1 tot en met 9.3.3 hebben geleid tot de gecombineerde aanbeveling om een wettelijke basis te creëren voor het kenbaarmakingsbeginsel voor alle bezwarende fiscale beslissingen waarbij de vier deelaspecten van dit recht concreet worden benoemd (paragraaf 9.3.3.a). Daarbij is aandacht besteed aan de positieve gevolgen daarvan, de gevolgen en de uitvoerbaarheid. Betoogd is dat als gevolg van deze aanbeveling een belanghebbende ten aanzien van een aanzienlijk aantal bezwarende beslissingen van de belastingdienst de gelegenheid moet krijgen een standpunt naar behoren en effectief kenbaar te maken voordat de belastingdienst het bezwarende fiscale besluit neemt. In paragraaf 9.3.3.b heb ik laten zien dat dit de uitvoerbaarheid niet in de weg staat. Toch kan het opportuun zijn het aantal zaken waarbij vooraf moet worden gehoord te beperken. Een dergelijke beperking zal de uitvoerbaarheid positief beïnvloeden. Bestudering van het Unierecht laat zien dat het kenbaarmakingsbeginsel kan worden beperkt door concurrerende beginselen (hoofdstuk 6). Als het kenbaarmakingsbeginsel een wettelijke basis krijgt, is het noodzakelijk gewenste beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel ook een wettelijke basis te geven (paragraaf 6.2). Hierdoor kan het aantal zaken waarin de belanghebbende in de voorfase moet worden gehoord worden beperkt en kan een goede balans worden gevonden tussen het voldoen aan het kenbaarmakingsbeginsel en ruimte voor daarmee concurrerende beginselen, zoals het bestrijden van fraude en de administratieve efficiëntie. De tweede aanbeveling is daarom:
Aanbeveling 2: Schep een wettelijke basis voor categorale en individuele beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel.
Deze tweede aanbeveling zal ik hierna toelichten. Het onderzoek laat zien dat veel verschillende beperkingen mogelijk zijn (paragrafen 6.6.2, 6.6.3 en 8.5). In de volgende paragrafen laat ik zien welke keuzes de wetgever kan maken. Hierbij maak ik een onderscheid tussen individuele beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel, individuele beperkingen van het recht op (inzage in) de stukken en categorale beperkingen.