Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.3.1
2.3.1 Beheerder
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193821:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 12 lid 1 sub a en art. 9 lid 2 sub d en e Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Wegman (2016), p. 43 en bijlage II Icbe-Richtlijn.
Wegman (2016), p. 41 en Morley (2014), p. 1259.
Spangler (2012), p. 13.
Zie over de belangenconflicten in de vermogensbeheerindustrie Wijmeersch (2007), Hoekstra (2017), paragraaf 1.2 en Ambachtsheer (2005), p. 31. Zie hierover ook paragraaf 3.2.
De ESMA signaleerde in 2016 dat 5% van de icbe’s kosten voor actief vermogensbeheer in rekening brengen terwijl ze eigenlijk een index volgen (ESMA/2016/165).
Spangler (2012), p. 4.
De beheerder voert diverse beheertaken uit voor een icbe.1 De belangrijkste beheertaak is het uitvoeren van het beleggingsbeleid. De beheerder stelt het beleggingsbeleid en de risicolimieten op en selecteert en monitort de beleggingen voor de icbe.2 Ook heeft de beheerder diverse administratieve taken. Zo dient de beheerder de administratie en het deelnemingenregister bij te houden.3 Tot slot is de beheerder verantwoordelijk voor de verhandeling van een icbe. De beheerder stimuleert de verkoop van deelnemingsrechten en kan betrekkingen aangaan met derde partijen die de deelnemingsrechten kunnen distribueren. Doorgaans voert de beheerder deze taken uit voor meer dan één beleggingsinstelling.4 Zo kan de beheerder schaalvoordelen behalen en zijn middelen efficiënt aanwenden.
De beheerder draagt de gevolgen van de financiële ontwikkelingen van de icbe in beginsel niet. Die worden gedragen door de deelnemers; de beheerder is doorgaans geen deelnemer in de icbe. Wel wordt de beheerder door de icbe betaald voor het uitvoeren van zijn beheertaken. Deze relatie kan gekarakteriseerd worden als een principaal-agentrelatie.5 De icbe als principaal delegeert de uitvoering van het beleggingsbeleid aan de beheerder, de agent. De belangen van de agent en principaal lopen niet in alle gevallen parallel.6
De deelnemers hebben belang bij een juiste uitvoering van het beleggingsbeleid en een zo hoog mogelijk rendement binnen het verwachte risicoprofiel. Dit is niet noodzakelijkerwijs gelijk aan het belang van de beheerder. De beheerder heeft er belang bij zijn inkomsten uit de icbe te optimaliseren tegen zo laag mogelijke kosten.7 Als een beheerder meerdere icbe’s beheert, dient hij bovendien afwegingen te maken tussen icbe’s en kunnen ook de belangen van de (deelnemers in de) verschillende icbe’s botsen.
Van nature brengt de opzet met een beheerder en een icbe zodoende belangenconflicten met zich mee. Een deelnemer is er daarom bij gebaat de werkzaamheden van de beheerder te monitoren. Zelfs al kan een deelnemer eenvoudig zijn deelnemingsrechten verkopen, toch zijn deelnemers gebaat bij monitoring van de werkzaamheden van de beheerder. Deelnemers zullen de kwaliteit van het beheer immers lang niet altijd goed kunnen inschatten. Het monitoren van deze werkzaamheden is echter ingewikkeld, tijdsintensief en zodoende kostbaar. Nog beter zou het zijn voor een deelnemer als een andere deelnemer de monitoring zou uitvoeren. Als alle deelnemers dat standpunt echter innemen, vindt er uiteindelijk geen monitoring plaats op de beheerder. Dit collectieve monitoringprobleem is volgens Spangler het hart van de governance-uitdaging van een beleggingsinstelling.8 Een van de oplossingen van de Europese wetgever daarvoor is de verplichte aanstelling van de bewaarder.