Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.7.3.1
2.7.3.1 Inhoud Treuepflicht
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197780:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Cahn 2017, p. 355.
Cahn 2017, p. 355 (met meer verwijzingen), Hölters/Laubert 2017, AktG § 53a Rn. 15, Michalski/Lieder 2017, GmbHG § 13 Rn. 146 en MüKoGmbHG/Merkt 2018, GmbHG § 13 Rn. 105-107.
Barneveld 2014, par. 13.2.1.2.
MüKoGmbHG/Merkt 2018, GmbHG § 13 Rn. 107.
§60 lid 1 sub 2 GmbHG.
Zie par. 2.5.3.4.
Michalski/Lieder 2017, GmbHG § 13 Rn. 146 en MüKoGmbHG/Merkt 2018, GmbHG § 13 Rn. 105-106. Dwingendrechtelijke bepalingen die zien op schuldeisersbescherming gelden uiteraard wel. Schuldeisers worden beschermd via wetsartikelen zoals ten aanzien van kapitaalbehoud (§30 GmbHG en §31 GmbHG).
Michalski/Lieder 2017, GmbHG § 13 Rn. 146 en MüKoGmbHG/Merkt 2018, GmbHG § 13 Rn. 107. Zie ook Barneveld 2014, par. 13.2.1.2.
Cahn 2017, p. 356.
Een aandeelhouder heeft de Treuepflicht in acht te nemen jegens zijn medeaandeelhouders en niet zozeer jegens de vennootschap. De Treuepflicht jegens de vennootschap is slechts een uitvloeisel van de Treuepflicht jegens aandeelhouders onderling: wanneer geen sprake is van een schending van de Treuepflicht jegens een medeaandeelhouder, kan ook geen sprake zijn van een schending van de Treuepflicht jegens de vennootschap.1 De heersende leer in Duitsland is dat wanneer alle aandelen van de vennootschap in handen zijn van één aandeelhouder, geen Treuepflicht bestaat voor die aandeelhouder tegenover de vennootschap.2 Dit is ook het geval indien een aandeelhouder handelt met instemming van alle overige aandeelhouders van de vennootschap, dan wel alle aandeelhouders meedoen in het voor de vennootschap nadelige gedrag.3 De belangen van de aandeelhouder(s) lopen dan immers grotendeels parallel met de belangen (en het doel) van de vennootschap.4 Aandeelhouders mogen namelijk in Duitsland te allen tijde besluiten tot ontbinding van de vennootschap en het statutaire doel van de vennootschap wijzigen.5 Ook hebben zij een vergaand instructierecht.6 Op die manier dwingen zij als het ware af dat het belang van de vennootschap samenloopt met de belangen van aandeelhouders.7
Een Treuepflicht bestaat voor aandeelhouders niet jegens bijvoorbeeld schuldeisers.8 Het belang van de vennootschap omvat, getuige ook het citaat in de vorige paragraaf, vooral de focus op het actief bevorderen van het vennootschappelijk doel en het niet toebrengen van schade aan de vennootschap. Het gevolg van een juiste naleving van de Treuepflicht door aandeelhouders is dat stakeholders, zoals schuldeisers, hier ook van profiteren. De vennootschap leidt dan immers geen schade. Dit is echter slechts het gevolg van de Treuepflicht die aandeelhouders in acht moeten nemen.9 Dit verschilt aldus met Nederland waar aandeelhouders op grond van de redelijkheid en billijkheid soms rekening moeten houden met het vennootschappelijk belang en de belangen van andere stakeholders.