Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.7.3.0
2.7.3.0 Introductie
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197826:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Michalski/Lieder 2017, GmbHG § 13 Rn. 131. De norm is ontwikkeld vanuit de Treu und Glauben van §242 BGB. Voor toekomstige aandeelhouders geldt de Treuepflicht niet, zie Cahn 2017, p. 354.
O.a. Schmidt & Uhlenbruck (red.) 2016, p. 165, Hippeli 2016 en Michalski/Lieder 2017, GmbHG §13 Rn. 141-145. Zie verder Koelemeijer 1999, par. 2.4.1 over de Treuepflicht in Duitsland.
Cahn 2017, p. 348 en Roth/Altmeppen 2019, GmbHG § 13 Rn. 30.
Dit kan zijn een negatieve of positieve stemuitoefening of onthouding van stemmen. Zie bijv. Hippeli 2016, p. 1258.
Michalski/J. Schmidt 2017, GmbHG § 47 Rn. 331, BeckOK GmbHG/Schindler 2018, GmbHG § 47 Rn. 54 en Henssler/Strohn 2019, GmbHG § 14 Rn. 104.
§705 BGB.
Formeel gezien is naar Duits recht iedere aandeelhouder bij de uitoefening van zijn aandeelhoudersrechten onderhevig aan de Treuepflicht. Dit is een niet wettelijk geregelde open norm die sinds jaar en dag geldt als algemene norm voor de aandeelhouder. Aandeelhouders dienen zich loyaal te gedragen jegens de vennootschap, het vennootschapsdoel te bevorderen en geen schade te veroorzaken aan de vennootschap.1 De norm is vergelijkbaar met de Nederlandse redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW en heeft eveneens een aanvullende en een beperkende werking. De Treuepflicht bestaat tussen aandeelhouders onderling en niet zozeer jegens de vennootschap en andere stakeholders.2 De strekking van de Treuepflicht is eenvoudigweg het voorkomen dat aandeelhouders misbruik maken van hun rechten en daarmee belangen van andere aandeelhouders of de vennootschap schaden.3
Het uitgangspunt in Duitsland is dat een aandeelhouder zijn stemrecht naar eigen inzicht mag uitoefenen. In uitzonderingssituaties kan een aandeelhouder echter op grond van de Treuepflicht de plicht hebben zijn stem op een bepaalde manier uit te oefenen:4
“Auf Grund der Treuepflicht muss (…) nur dann in einem bestimmten Sinn abgestimmt werden, wenn die zu beschließende Maßnahme zur Erhaltung wesentlicher Werte, die die Gesellschafter geschaffen haben, oder zur Vermeidung erheblicher Verluste, die die Gesellschaft bzw. die Gesellschafter erleiden könnten, objektiv unabweisbar erforderlich ist und den Gesellschaftern unter Berücksichtigung ihrer eigenen schutzwürdigen Belange zumutbar ist, also wenn der Gesellschaftszweck und das Interesse der Gesellschaft gerade diese Maßnahme zwingend gebieten und der Gesellschafter seine Zustimmung ohne vertretbaren Grund verweigert.”5
Dit komt erop neer dat, wanneer het belang van de vennootschap en het doel van de vennootschap een maatregel verlangen die aanzienlijke verliezen van de vennootschap voorkomt of juist zorgt voor het behoud van aanzienlijke waarde, het eigen belang van aandeelhouders dient te wijken. Zoals vermeld in paragraaf 2.2.3, is bij een GmbH sprake van een shareholder model en niet van een stakeholder model. Aandeelhouders bepalen zelf het belang van de vennootschap. Het belang van de vennootschap wordt in Duitsland doorgaans in één adem genoemd met het doel van de vennootschap, dat winst maken inhoudt.6 Het belang van de vennootschap laat zich met andere woorden afleiden uit het doel van de vennootschap.7 Het doel van de vennootschap staat in de statuten van de vennootschap.