Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.2.1:8.2.1 Verdwijnende 403-rechtspersoon door zuivere splitsing
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.2.1
8.2.1 Verdwijnende 403-rechtspersoon door zuivere splitsing
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85516:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het gaat om Afdeling 2 van Titel 1 Boek 6 BW.
Artt. 2:334f, 334k en 334l BW
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de 403-rechtspersoon bij zuivere splitsing ophoudt te bestaan, is zijn vermogen onder algemene titel overgegaan op twee of meer andere maatschappijen. Aandeelhouders van de 403-rechtspersoon worden aandeelhouders van de verkrijgende maatschappijen.
De verkrijgende maatschappijen zijn aansprakelijk voor de nakoming van de verbintenissen van de gesplitste 403-rechtspersoon ten tijde van de splitsing (art. 2:334t lid 1 BW). Als het gaat om ondeelbare verbintenissen, zijn de verkrijgende maatschappijen elk voor het geheel aansprakelijk (art. 2:334 lid 2 BW). Als het gaat om deelbare verbintenissen is de verkrijgende maatschappij waarop de verbintenis is overgegaan voor het geheel aansprakelijk; voor elke andere rechtspersoon is de aansprakelijkheid beperkt tot de waarde van het bij splitsing verkregen vermogen (art. 2:334t lid 3 BW). Andere verkrijgende maatschappijen waarop de verbintenis niet is overgegaan, zijn niet tot nakoming gehouden voordat de maatschappij waarop de verbintenis is overgegaan in de nakoming van die verbintenis tekort is geschoten (art. 2:334t lid 4 BW). Tevens is bepaald dat op de aansprakelijkheid de bepalingen betreffende hoofdelijke verbondenheid van toepassing zijn (art. 2:334t lid 5 BW).1
Doordat de 403-rechtspersoon op het splitsingsmoment is verdwenen, komt het groepsregime vanaf dat moment niet meer aan de orde. Het boekjaar van de splitsende 403-rechtspersoon eindigt met ingang van het boekjaar waarvan de financiële gegevens betreffende zijn vermogen zijn verantwoord in de jaarrekening van de verkrijgende maatschappijen. Is dat ingaande het jaar van de splitsing dan is het laatste boekjaar van de 403-rechtspersoon het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de splitsing. Voor dat jaar kan voor de 403-rechtspersoon nog gebruik worden gemaakt van het groepsregime mits aan alle voorwaarden is voldaan. Als de verwerking van de gegevens van de splitsende 403-rechtspersoon bij de verkrijgende maatschappijen geschiedt in de loop van het splitsingsjaar, eindigt het laatste boekjaar op het moment van die verwerking. Als dit moment bijvoorbeeld het splitsingsmoment is, is het laatste boekjaar van de 403-rechtspersoon gelijk aan het jaar dat loopt van het begin van het splitsingsjaar tot het splitsingsmoment. Voor dit korte boekjaar is het groepsregime wel mogelijk indien de intrekking van de 403-aansprakelijkstelling direct nÁ het splitsingsmoment plaatsvindt en aan de andere voorwaarden wordt voldaan. Door de intrekking wordt de 403-aansprakelijkheid van de 403-aansprakelijke maatschappij restaansprakelijkheid. Als de verkrijgende maatschappijen en de 403-aansprakelijke maatschappij niet tot dezelfde groep behoren kan de voormalige 403-aansprakelijke maatschappij gebruik van de mogelijkheid tot beëindiging van de restaansprakelijkheid.
Wederpartijen bij rechtsverhoudingen met de splitsende 403-rechtspersoon en de verkrijgende maatschappijen (behoudens die bij splitsing zijn opgericht) hebben een verzetrecht ter zake van de voorgenomen splitsing wegens strijd met hetgeen over het overgaan van de rechtsverhouding in de wettelijke regeling is bepaald of als een verlangde waarborg niet is gegeven, met in het laatste geval opgaaf van de verlangde waarborg.2 Als de wederpartij niet aannemelijk maakt dat de verkrijgende maatschappij na de splitsing minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan en dat van de maatschappij niet voldoende waarborgen zijn verkregen, wordt het verzet afgewezen. Iedere schuldeiser van de splitsende 403-rechtspersoon en de verkrijgende maatschappij kan voor zijn vordering zekerheid verlangen of een andere waarborg voor de voldoening van zijn vordering tenzij de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de rechtspersoon die na de splitsing zijn schuldenaar zal zijn, niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, dan er voordien is.