Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.2.3:8.2.3 Voortbestaande splitsende 403-rechtspersoon
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/8.2.3
8.2.3 Voortbestaande splitsende 403-rechtspersoon
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85675:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Als de aandelen via een of meer andere groepsmaatschappijen worden gehouden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als het vermogen of een deel ervan van een bij de splitsing voortbestaande 403-rechtspersoon onder algemene titel wordt verkregen door een of meer andere maatschappijen waarvan ten minste één aandelen toekent aan de aandeelhouders van de 403-rechtspersoon of waarvan ten minste één bij de splitsing door de splitsende 403-rechtspersoon wordt opgericht, is sprake van afsplitsing. De voortbestaande splitsende 403-rechtspersoon blijft rechtstreeks of indirect1 hangen onder de 403-aansprakelijke maatschappij. De groepsband tussen de voortbestaande splitsende 403-rechtspersoon en de 403-aansprakelijke maatschappij wordt niet verbroken.
De 403-aansprakelijke maatschappij kan wel haar 403-aansprakelijkstelling intrekken vlak vóór de afsplitsing. Vanaf het werkingsmoment van de intrekking heeft de intrekkende maatschappij restaansprakelijkheid. Er is dan een situatie die overeenkomt met beëindiging van het groepsregime met continuering van de groepsband (zie paragraaf 7.2). Deze aansprakelijkheid kan vanwege het voortbestaan van de groepsband niet worden beëindigd. Wel kan het voorkomen dat van de voortbestaande splitsende 403-rechtspersoon bij de splitsing een deel van zijn uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden onder algemene titel is overgegaan op een verkrijgende maatschappij die buiten de groep staat waartoe de 403-aansprakelijke maatschappij en de 403-rechtspersoon behoren. In dat geval blijft de restaansprakelijkheid bij de 403-aansprakelijke maatschappij en is de schuld ten aanzien waarvan die restaansprakelijkheid bestaat feitelijk buiten de groep gebracht.
Of de 403-aansprakelijke maatschappij de 403-aansprakelijkstelling voor de afsplitsing zal intrekken ligt niet zonder meer voor de hand omdat dan door de voortbestaande splitsende 403-rechtspersoon reeds door die intrekking geen gebruik kan worden gemaakt van het groepsregime voor het jaar waarin de intrekking plaatsvindt.
Voor de aansprakelijkheid tot nakoming van de verbintenissen van de gesplitste rechtspersoon ten tijde van de splitsing en het daarbij bepaalde over ondeelbare en deelbare verbintenissen (art. 2:334t BW) verwijs ik naar het opgemerkte hierover in paragraaf 8.2.1. Daaraan voeg ik toe dat de aansprakelijkheid voor nakoming van verbintenissen en voor de aansprakelijkheid voor verbintenissen ook op de voortbestaande gesplitste 403-rechtspersoon rust.
Voorts hebben wederpartijen bij rechtsverhoudingen en schuldeisers die een waarborg verlangen de verzetrechten die ik in paragraaf 8.2.1 heb genoemd.